Home » Analyse, Autosport

Who's afraid of the big bad Loeb?

door Extrasport op februari 17, 2012 – 11:09Geen Reacties

 

Foto © rallycarter

Sébastien Loeb blijft meer dan degelijk presteren en scherpt zo zijn records verder aan. Maar aan alle mooie liedjes komt ooit wel eens een eind. Kan het dit jaar al zo ver zijn? Extrasport lijst de uitdagers van de Franse recordkampioen op.


Meervoudige kampioenen zijn een apart ras in elke sport. Door de ene fan worden ze enorm aanbeden vanwege hun uitzonderlijke prestaties, door de andere worden ze verguisd omdat ze de spanning uit de competitie halen. Er staan nochtans kapers genoeg op de kust om van 2012 het jaar van de ommekeer te maken. Aan alle liedjes komt namelijk ooit een eind, maar Loeb wil het nog een beetje langer uitzingen.

 

Er was niemand die Loeb het vuur aan de schenen kon leggen in de openingsrally van dit seizoen, die gereden werd in Monte Carlo. Loeb en zijn co- en thuisrijder Elena hebben wel iets met het prinsdom, anders kan je er geen zes keer op de hoogste podiumplaats eindigen – alweer een record. De voorsprong op zijn concurrenten was daarenboven vrij groot: 2:45 op zijn dichtste belager Sordo, 3:14 op Solberg, meer dan vier minuten op Hirvonen. Toch verliep Loeb’s triomftocht niet vlekkeloos: nadat hij de leiding nam na de eerste proef, was het Latvala die met een gewaagde bandenkeuze de leiding nam. Hij nam zelfs een halve minuut op zijn Franse concurrent, maar lang duurde het niet vooraleer Latvala een bocht verkeerd inschatte en op zijn zij belandde. Einde van de rally voor de Fin en Loeb opnieuw aan de leiding, deze keer definitief.

 

In de daaropvolgende manche in Zweden lagen de kaarten heel anders. Deze typische sneeuwrally wordt traditiegetrouw gedomineerd door Zweedse en Finse rijders. In de geschiedenis kon maar twee keer iemand anders deze rally winnen: in 2005 de Noor Petter Solberg en in 2004 de Fransman … Sébastien Loeb. Een wereld van verschil met Monte Carlo dus. Loeb verspeelde zijn kansen op een tweede zege vooral tijdens de zevende tijdsproef, waarin hij zich vastreed in een sneeuwbank en ongeveer twee minuten verspeelde op zijn concurrenten. De Citroënrijder werd uiteindelijk zesde in Zweden, op 2:55 van zijn ploegmaat Hirvonen, en kon maar vier van de vierentwintig proeven winnen (een daarvan met dezelfde tijd als Tänak). Een van die vier proeven was echter de power stage, waarin hij drie extra punten voor het kampioenschap won.

Laat ons hopen dat er vooral gevochten wordt op de verschillende parcours en zo weinig mogelijk gerekend

Zoektocht naar opvolger
Na twee manches staat Loeb op kop van het klassement, maar dat wil niet zeggen dat het kampioenschap gereden is. Maar wie is dan eigenlijk de meest geknipte opvolger voor Loeb? In zekere zin is dat zijn ploegmaat Mikko Hirvonen. De Fin werd gedurende de laatste vier kampioenschappen drie keer tweede en beschikt vanaf dit jaar over dezelfde auto als zijn aartsrivaal. Hij was vorig jaar de man die het Loeb nog moeilijk kon maken, maar in de finale in Wales crashte de Fin en kon hij zijn achterstand niet meer goedmaken. Op die opgave na had Hirvonen in elke rally minstens de vierde plaats behaald, een prestatie die niemand hem kon nadoen. Is het echter wel slim van Hirvonen om samen met Loeb in hetzelfde team te rijden? Volgens Loeb zelf is er geen probleem: hij beweerde begin dit jaar in The Red Bulletin dat er in 2012 geen teamorders zouden zijn. Het valt nog af te wachten of dat zo zal blijven. Als Hirvonen dit jaar wereldkampioen zou worden, zal dit voor Loeb waarschijnlijk een enorme teleurstelling zijn, en daar ligt net de kracht van de Fin.

 

Er is nog een Fin die zich al vaak bewezen heeft, namelijk Hirvonen’s voormalige teamgenoot Jari-Matti Latvala. Latvala bleef, in tegenstelling tot Hirvonen, wel bij Ford en is erop gebrand om het Citroën moeilijk te maken. De winnaar van Zweden had zelfs op kop kunnen staan in het klassement, maar hij schakelde zichzelf uit in Monte Carlo door van de baan te gaan. Aan snelheid ligt het niet bij Latvala, maar hij moet proberen zo veel mogelijk foutjes te vermijden om zo geen onoverbrugbare achterstand op zijn concurrenten op te lopen. Als eerste rijders van het fabrieksteam van Ford zal hij in ieder geval alle steun krijgen om zijn doel te bereiken. Steun die hij vorig jaar aan Hirvonen moest geven, omdat de rijderstitel alsnog naar een Fordrijder zou gaan. Toen lukte het niet, maar er zijn dit jaar nog steeds elf rally’s te gaan om de achterstand van dertien punten in te perken.

 

Iemand die dit jaar aan een heropleving bezig is, is Petter Solberg. Nu hij zijn oude liefde heeft teruggevonden in de gedaante van Ford, is de enige andere wereldkampioen dan Loeb gelukkiger dan ooit. Hij geeft te kennen zich goed te voelen in het team – na drie jaar voor zijn eigen team gereden te hebben – en laat dat momenteel doorschijnen in de resultaten met een derde plaats in Monte Carlo en een vierde plaats in Zweden. De 38-jarige Noor is wel een van de anciens in de rallywereld. Niet dat dit zo cruciaal is als in andere sporten, maar hij heeft niet alle tijd meer voor zich, zeker niet in vergelijking met de resem concurrenten uit de jaren ’80 en ’90.

 

Sébastien Loeb © Craig Coomans

Mocht het Solberg niet lukken een tweede titel te behalen, dan is er nog steeds hoop voor de rallyminnende Noren. Mads Østberg is nog maar 24 jaar oud, maar heeft al laten zien dat er talent in hem schuilt met onder andere drie podiumplaatsen sinds begin vorig seizoen. Vorig jaar kon hij zich niet altijd vinden in de afstelling van zijn wagen, maar mits de nodige ervaring kan Østberg een geduchte kandidaat worden voor wie dan ook de scepter zwaait. Voor dit jaar is het echter nog wat te vroeg, mede omdat hij in een privéwagen rijdt, maar noteer de naam alvast voor de toekomst.

 

Op naar Zuid-Europa, waar de zesde in de stand, Daniel Sordo, evenmin iemand is om uit het oog te verliezen. De Spanjaard werd in vijf seizoenen naast Loeb veertien keer tweede en twaalf keer derde, maar winnen deed hij nooit. Sordo was namelijk een te goede knecht die met Loeb vocht, maar als puntje bij paaltje kwam niet durfde wat Ogier vorig jaar wel deed: voor de Fransman eindigen. Sordo verhuisde in 2011 naar het toen debuterende Miniteam, reed twee keer naar het podium op een totaal van zes rally’s en werd achtste in het kampioenschap. Zijn tweede plaats in Monte Carlo dit jaar was veelbelovend, al heeft Sordo in Zweden punten verspeeld door zijn auto stuk te rijden in een sneeuwmuur. Hij worstelt echter met een klassiek probleem: een rijder die nog steeds achter zijn eerste zege jaagt, zit met enorm veel druk op zijn schouders. Daarnaast stellen sommigen zich vragen of Mini en moederbedrijf BMW het rallyproject wel serieus genoeg nemen. De beslissing om nog een opkomend tallent, Kris Meeke, niet het hele seizoen te laten rijden om plaats te maken voor zogenaamde paydrivers, is daar niet vreemd aan. In ieder geval zal Sordo in zijn Mini het hele seizoen rijden, of dat is althans het plan.

 

In Loeb’s thuisland is Sébastien Ogier de man om naar uit te kijken, al zullen we op hem nog minstens een jaar moeten wachten. Na een tumultueus seizoen voor en achter de schermen bij Citroën koos de derde in het kampioenschap van 2011 voor het SWRC-team van Volkswagen/Škoda. Nochtans was de Fransman bijna de enige mogelijke winnaar van dit kampioenschap. De toenmalige Citroënteambaas Olivier Quesnel wilde namelijk kost wat kost Ogier houden met het oog op de toekomst, maar die vroeg in ruil de nummer-één-status. Ogier zou die status zonder problemen krijgen, omdat vaststond dat Loeb, die trouwens niet erg gelukkig was met de band tussen Quesnel en Ogier, aan zijn laatste seizoen bezig was. Nu ja, de meervoudige kampioen wijzigde alsnog zijn plannen en bleef bij Citroën, maar Ogier verkoos vervolgens andere oorden. In zijn Škoda Fabia reed Ogier in Monte Carlo nog vierde vooraleer hij van de baan ging, maar dat sterke tempo lag volgens hem aan de specifieke aard van de rally, zo bleek ook uit zijn elfde plaats in Zweden. Om Ogier terug voor de titel te zien strijden, zullen we moeten wachten op het WRC-programma van Volkswagen, dat in 2013 in werking treedt. Zijn vechtlust is in ieder geval groot, want Loeb als ploegmaat voorbijsteken op de laatste dag van de Acropolisrally, je moet het maar durven. Ogier was daarenboven in Duitsland de eerste rijder die zijn land- en naamgenoot kon verslaan én hij won de rally van Jordanië met amper twee tienden voorsprong op Latvala, die voor de power stage nog op de eerste plaats stond. Nu nog het doorzettingsvermogen en geduld, en Ogier’s toekomst ziet er rooskleurig uit.

Aan alle liedjes komt namelijk ooit een eind, maar Loeb wil het nog een beetje langer uitzingen

Maar er zijn ook jonge wolven die in de voetsporen van Loeb willen en kunnen treden. Een van die talenten is Evgeny Novikov, die zowel in Monte Carlo als in Zweden een top 5-plaats behaalde in zijn privé-Ford Fiesta. In Zweden finishte hij zelfs voor Loeb, maar laatstgenoemde ging met meer punten naar huis door zijn overwinning in de power stage. De 21-jarige Rus heeft dankzij zijn sterk seizoensbegin al vier keer op rij punten behaald in een WRC-rally. Novikov is dus een naam om zeker in de gaten te houden.

 

Daarnaast is er de Est Ott Tänak, eveneens een jong talent dat de komende jaren mooie dingen kan laten zien. Hij werd achtste in Monte Carlo, maar kon geen punten behalen in Zweden. Hij vergooide vrijdag zijn kansen op een mooie plaats door zich vast te rijden in de sneeuw en moest zondag uiteindelijk opgeven met motorpech. Jammer, maar Tänak won wel de twee sprintproeven, en zo ook zijn eerste tijdsproeven ooit in een WRC-rally. Zijn vijfjarig contract bij M-Sport toont aan dat ook in hem de toekomst van het rallyrijden gezien wordt.

 

Voor de patriotten onder ons is er natuurlijk Thierry Neuville. Dankzij zijn meer dan behoorlijke resultaten in de JWRC in 2010 en de IRC-klasse vorig jaar heeft België opnieuw een rijder in het wereldkampioenschap, na het wegvallen van François Duval in 2010. Kan hij op termijn succes behalen? Op termijn dan, want bijna geen enkele debutant kan in zijn eerste rally meteen potten breken. Vraag maar aan Kimi Räikkönen. Maar Neuville onmiddellijk afschrijven na een jaar zonder uitzonderlijke klasseringen zou waarschijnlijk overdreven zijn. Denken we maar aan Jérôme D’Ambrosio. Neuville heeft het talent en degelijk materiaal, hij moet nu nog vertrouwen winnen in zijn Citroën DS3 en zichzelf vooral leertijd gunnen. Er is dus nog hoop.

 

Kemphanen
Wie zal er uiteindelijk voor zorgen dat het gevecht tussen Loeb en de rest dit jaar anders uitdraait dan de voorbije acht jaren? Bijna was dat organisator-promotor North One Sport, die probeerde om de start van het seizoen te verhinderen, maar de FIA wist dat contract fijn te verbreken. Het zal dus van de kemphanen hierboven moeten komen. Kruis alvast 8 tot en met 11 maart aan in je agenda, voor de derde rally van het seizoen, in Mexico. Wie weet wordt de stand dan omgegooid en kunnen we ons warm maken voor een spannend seizoen, misschien zelfs spannender dan 2011. Hoe het ook zij, laat ons hopen dat er vooral gevochten wordt op de verschillende parcours en zo weinig mogelijk gerekend.

 

© 2012 – Extrasport – Kevin Vandevelde

 

 

Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , ,