UCI is dringend aan hervorming toe

© Dake - Bron:Wikipedia
Het voorbije wielerjaar was er eentje om in te lijsten voor de Belgen. Toch moeten we op onze hoede zijn, want de toekomst van het wielrennen in zijn huidige vorm is hoogst onzeker. Een crisis is niet veraf.
Het is een teken aan de wand dat sponsors en geldschieters afhaken, nadat ze een korte tijd in het wielerpeloton hebben gezeten. De algemene economische crisis treft ook het wielrennen. Maar deze reden alleen oproepen voor de crisis die de wielersport in haar greep dreigt te nemen, is te gemakzuchtig. De internationale wielerinstanties moeten ook in eigen boezem kijken. Hoe kan het toch dat een immens populaire sport als wielrennen het zo moeilijk heeft om nieuwe sponsors aan te trekken en dat diegene die er in zitten afhaken?
De mislukking van de ProTour
We moeten in de eerste plaats kijken naar de UCI. Hun geloofwaardigheidgehalte scheert niet meteen hoge toppen. In 2005 werd de ProTour ingevoerd wat het hedendaagse wielrennen in een nieuw jasje moest steken. Dat dit op een regelrechte flop is uitgedraaid, is een understatement. Organisatoren van de grote ronden wilden niet mee de koers van de UCI varen waardoor de ProTour maar een flauw afkooksel werd van wat oorspronkelijk de bedoeling was. In 2011 werd dan de WorldTour ingevoerd die het echec van de ProTour moest doen vergeten. De spelregels van de WorldTour zijn zo mogelijk nog complexer dan die van de ProTour.
Bovendien zijn de spelregels die gehanteerd worden in de WorldTour gewoonweg niet eerlijk. Een nadere verklaring is nodig. Er zijn achttien ploegen die startrecht, of beter gezegd startplicht, hebben in de WorldTour-wedstrijden. Deze wedstrijden zijn de belangrijkste en de meest prestigieuze die er gereden worden. Hier valt dan ook de meeste publiciteit te rapen en dus ook het meeste geld. Niet de prestaties die een wielerploeg neerzet, tellen om het volgende jaar door de UCI te worden geselecteerd als WorldTour-ploeg. Het is de inkooppolitiek van een ploeg die is allesbepalend. Koopt een ploeg die slecht heeft gereden, renners aan die veel punten hebben verzameld, dan is hun broodje gebakken. Dit vaak ten koste van andere ploegen die niet de budgettaire middelen hebben maar wel een stuk beter gepresteerd hebben in het seizoen. Ook worden renners waarvan in het jaar al geweten is dat ze andere oorden zullen opzoeken door hun huidige werkgever bewust niet opgesteld, omdat de punten die zij veroveren ten koste van zichzelf zijn en ten bate van een ander wielerteam. Complete koersvervalsing dus.
Er moeten zo snel mogelijk nieuwe mensen met een hart voor de sport aan het roer van de wielerorganisatie verschijnen om ervoor te zorgen dat het wielrennen niet in het slop geraakt
Geldhonger doet authenticiteit wielersport teniet
De UCI streeft de mondialisering van de wielersport na wat dus eigenlijk staat voor het feit dat ze meer geld willen verdienen, veel meer geld. De UCI met de Fifa vergelijken is dus helemaal niet kort door de bocht. Eigenbelang en kortzichtigheid overheersen er. Het belang van de wielersport wordt onderstreept en gebruikt, zeg maar misbruikt, om geld in het laatje te krijgen. Dit is een complete verzakelijking en commercialisering van de wielersport. Maar het wielrennen verdient beter! Koers is een sport van en voor het volk. En zo hoort het ook, maar het voortbestaan van het wielrennen is in gevaar.
Wielrennen is een sport die berust op tradities. De sport is zo mooi dankzij haar eenvoud. Zo is de Ronde van Lombardije al sinds jaar en dag de afsluiter van het wielerseizoen. Die eer valt vanaf volgend jaar de Ronde van Peking te beurt, een kleurloze wedstrijd zonder enige uitstraling. De wedstrijd van de vallende bladeren wordt als seizoensslot opzij geschoven voor de wedstrijd van de vallende smog. Dit is schrijnend typerend voor de huidige wielersport. De vernieuwingsdrang gebeurt ten koste van het wielrennen zelf. Wielerwedstrijden zonder enige traditie worden kunstmatig gecreëerd door op geld beluste wielerinstanties en dat allemaal ter mondialisering van de wielersport. De authenticiteit die het wielrennen representeert, raakt door deze strapatsen meer en meer verloren.
Sommigen zoals Wouter Vandenhaute zien het wielrennen evolueren naar wedstrijden in circuits. Niet alleen de racefietsen krijgen meer en meer het allooi van bolides in de Formule 1. Het wielrennen neemt steeds meer de andere kenmerken van deze sport over zoals de geldhonger en in de toekomst misschien zelfs circuits. Opnieuw een aanslag op de authenticiteit van de sport. Wielrennen is geschiedenis. Bepaalde wedstrijden hebben een mythevorming om zich hangen door de exploten van wielergoden uit het verleden. Het geeft deze wedstrijden een eigen identiteit. Met een Grote Prijs van België en een Grote Prijs van Duitsland zoals in Formule 1 in te voeren, zou de puurheid van de koers helemaal verloren gaan. Ook zullen toeschouwers dan op een gesloten circuit terechtkomen en moeten betalen wat een zeer slechte evolutie zou zijn. Enkel op geld beluste zakenmensen wrijven zich in de handen bij deze gedachte.
Dopingperikelen
Ook de steeds aanhoudende dopingperikelen doen de wielersport geen goed. Hoewel de UCI steeds zegt dat ze kosten noch middelen spaart in de strijd tegen doping, komt de bestraffing bij positieve gevallen zeer ongeloofwaardig over. Een consequent beleid en waterdichte testen waaruit geen twijfel kan ontstaan, zijn minimum vereisten indien de UCI echt stappen vooruit wil zetten in de strijd tegen doping. De strijd tegen doping winnen zal immers nog lang een utopie blijven. Nu lijkt het vaak nattevingerwerk en bepalen nationale instanties welke straffen er worden opgelegd voor positieve plassen. De Rus Alexandr Kolobnev van het toch niet onberuchte Katushateam, werd in eigen land onmiddellijk vrijgesproken en kreeg er zelfs nog eretitels bij ook. De zaak rond Alberto Contador blijft ook maar aanslepen omdat de UCI niet zeker is van haar eigen anti-dopingsystemen. Kunnen hun dopingtesten wel uitsluitsel geven over dergelijk kleine hoeveelheden clenbuterol? Dat weten ze zelf niet! De systemen zijn niet waterdicht waardoor procederen zeer aanlokkelijk is. Niet de advocatuur is een plaag zoals UCI-voorzitter Pat McQuaid stelt, wel het feit dat de UCI die mogelijkheden aanbiedt om te procederen omdat hun systemen niet waterdicht zijn. Dat de UCI eens stevig in eigen boezem hiervoor mag kijken. Een laatste en misschien wel het schrijnendste geval is de zaak rond Belgisch baanwielrenner Iljo Keisse. Hoewel hij wetenschappelijk is vrijgesproken, bleef Pat McQuaid persoonlijk Keisse aan het kruis nagelen hoewel hij zelf toegaf de exacte elementen in de zaak niet te kennen. Qua geloofwaardigheid kan dit tellen. Men heeft de indruk dat de grote vissen een hand boven het hoofd wordt gehouden terwijl de kleinere renners het gelag moeten betalen omdat de dopingtests helemaal niet zo waterdicht zijn als de UCI wil doen uitschijnen.
Zelfs Philippe Gilbert luidde recent nog de alarmbel. Hij stelt dat het slecht gaat met het wielrennen en acht de UCI verantwoordelijk voor het feit dat sponsors afhaken en er ook geen nieuwe bijkomen. Ook over de mondialisering van de wielersport uitte hij ook zijn twijfels. Het wordt dus hoog tijd dat de UCI een verregaande interne verandering doorvoert. In plaats van bobo’s en postjespakkers de scepter te laten zwaaien, zou de UCI meer transparantie aan de dag moeten leggen en beroep moeten doen op mensen die een hart hebben voor de wielersport en vooral kennis van zake hebben. Dat het nu duidelijk ontbreekt binnen deze wielerorganisatie moge wel duidelijk zijn.
Wielerwedstrijden zonder enige traditie worden kunstmatig gecreëerd door op geld beluste wielerinstanties en dat allemaal ter mondialisering van de wielersport
Vereenvoudiging systeem noodzakelijk
Een vereenvoudiging van het hele systeem is noodzakelijk om zo het wielrennen makkelijker te kunnen volgen en dus ook aantrekkelijker te maken voor het doorsnee wielerpubliek. Teruggaan naar het UCI-klassement, het systeem dat voor de ProTour in voege was, is geen slecht idee. Elke wielerwedstrijd voor eliterenners heeft zijn waarde. Daar zijn dus een hoeveelheid punten te verdienen naarmate het belang van de wedstrijd, van de Sluitingsprijs Putte-Kapellen tot de Tour de France. Dergelijk systeem representeert veel beter de waarde van de renners. Aan elke wedstrijd waaraan renners deelnemen, kunnen ze punten verdienen. In het huidige systeem kunnen renners die voor WorldTour-ploegen rijden, enkel punten verdienen in WorldTour-wedstrijden. In races die tot het continentale circuit behoren, kunnen ze enkel prijzengeld verdienen en er zich in de kijker rijden. Daar vallen voor hen geen punten te rapen. Zo worden deze wedstrijden ook veel minder aantrekkelijk voor de grote ploegen vermits het aantal punten die een wielerteam verdient allesbepalend is voor de toekomst van het team. Zo ontstaat er ook een enorme kloof tussen de publicitair zeer aantrekkelijke WorldTour-wedstrijden en de andere races die het zo vaak moeilijk krijgen om het hoofd boven water te houden.
Hoe zit het dan met de categorieën waar wielerteams in onderverdeeld worden? Er zijn 15 teams die tot de eerste categorie behoren. Zij krijgen startrecht in alle wedstrijden. Geen startplicht. Zo hoeven Spaanse ploegen niet naar Parijs-Roubaix af te zakken wanneer ze er niets te zoeken hebben. Ze missen zo wel een wedstrijd waar veel punten te verdienen vallen, maar in de plaats kan er een extra ploeg uit tweede of derde categorie die wel gemotiveerd is aan de start verschijnen. Een wedstrijd telt meestal iets van een 20 à 25 ploegen. Op de 15 ploegen uit eerste categorie na die verplicht een startuitnodiging krijgen, hebben de organisatoren van desbetreffende wedstrijd een carte blanche wat betreft de ploeguitnodigingen voor de rest. De beste twaalf ploegen van het seizoen, wat bepaald wordt door de punten van de tien beste renners die de teams in hun rangen hebben, rijden volgend jaar weer in eerste categorie wat hen dus startrecht geeft in elke wedstrijd. De drie beste ploegen uit tweede categorie promoveren naar eerste categorie en de drie slechtste uit eerste categorie zakken zo naar de tweede. Met dit systeem komt er ook meer evenwicht in de machtsbalans tussen UCI en organisatoren. Met het huidige WorldTour-systeem trekt de UCI alle macht naar zich toe ten koste van wedstrijdorganisatoren, wat ook al tot conflicten heeft geleid. Deze conflicten waren nu ook niet bepaald goed voor het imago van het wielrennen. Ook zullen prestaties allesbepalend zijn voor wielerploegen en niet de inkooppolitiek die ze in het tussenseizoen voeren.
Een nieuwe wind laten waaien binnen de UCI alleen is niet genoeg. Een echte Copernicaanse Revolutie is nodig. Er moeten zo snel mogelijk nieuwe mensen met een hart voor de sport aan het roer van de wielerorganisatie verschijnen om ervoor te zorgen dat het wielrennen niet in het slop geraakt. Ondanks de vernieuwingsdrang regeert het ancien régime binnen deze organisatie. Dat de koers beter verdient!
© 2011 – Extrasport – Matthias Vangenechten
Tags:ProTour, UCI, WorldTour
-
Guillaume
-
Matthias
-
Guillaume
-
Matthias
-
Stijn
-
Johan uit B-limburg














