Problematisch paasreces voor Belgische voetbalstadions
Sinds enkele maanden leeft ook in België het besef dat een geëvolueerd voetbalstadion een noodzaak is in het moderne voetbal. Na ettelijke discussies, speculaties en vergelijkingen met andere landen, zijn in België de eerste plannen opgesteld en verder uitgewerkt om via de stadions een economische, sociale en sportieve boost te bekomen.
Maar wat kunnen we opmaken na al die maanden? Hoever staan de clubs met hun plannen? Mogen we ons voorbereiden op welklinkende toekomstmuziek of zal de problematiek een hoogtepunt bereiken tijdens het paasreces? De eerste plannen rezen op in een sfeer van groei. K.A.A. Gent en Club Brugge waren er het vroegst bij. Beiden zochten een nieuwe heimat om –naar eigen zeggen – een tempel neer te zetten, perfect op maat van de club. Omgezet in cijfers betekende dit voor Gent een stadion voor 20.000 supporters, voor Club Brugge één van dubbel formaat. Beide clubs ondervonden niet de minste problemen die normaal gezien gepaard gaan met een nieuw stadion. Gent had snel een locatie kunnen strikken, maar kampte met milieu- en financiële problemen en zal zijn grootse plannen naar alle waarschijnlijkheid moeten inkrimpen. Bij Brugge was de locatie dan weer het probleem. Loppem was voor het bestuur de beste optie, maar de Vlaamse regering besliste daar anders over.
Iedereen een deel van de WK-koek
Andere clubs gaven Brugge en Gent snel navolging, mede door de bereidwilligheid van stadsbestuur en de regering. Vooral deze laatste stond open voor medewerking, zeker met het oog op het WK 2018, waarvoor België & Nederland een kandidatuur voorbereiden. Verscheidene teams zagen dit als het ideale moment om financiële steun te vragen voor hun nieuwe of vernieuwde stadion. Zij sprongen logischerwijze met veel zin mee op de kar. Behalve AA Gent en Club Brugge waren de clubs GBA, RC Genk, Westerlo, Zulte-Waregem, OH Leuven, KSC Lokeren, Sint-Truiden en de steden Antwerpen, Mechelen, Luik en Charleroi zeer geïnteresseerd in een financiële ondersteuning. Voor hen was het dan ook bang afwachten wat de Vlaamse en Waalse Regering, medio december, zouden beslissen. En wat bleek? Iedereen, op GBA na, zag zijn wensen in vervulling gaan in de vorm van een lening met lage rente van ofwel 10 miljoen euro (WK-stadion), ofwel 5 miljoen euro (WK-oefenstadion). Nog meer goed nieuws kwam er begin maart van federaal minister van financiën Didier Reynders. Ook hij wil de clubs steun bieden door op te draaien voor 1/3de van de eventuele renovatiekosten.
De huidige infrastructuur is achtergesteld, vuil, niet optimaal en dringend toe aan vernieuwing of vervanging
Families en gezinnen
Ondanks de financiële steun in het vooruitzicht van het WK, is dit grootse evenement niet de enige aanstoker tot vernieuwing van verschillende stadions. De huidige infrastructuur is achtergesteld, vuil, niet optimaal en dringend toe aan vernieuwing of vervanging. Dit blijkt niet enkel uit hetgeen we opmerken met het blote oog, maar ook uit de sociale statistieken. Vrouwen, kinderen en gezinnen in hun geheel vinden moeilijk de weg naar het stadion. Sint-Truiden, KV Mechelen, AA Gent en Cercle Brugge gelden hier als uitzondering. Dit is te wijten aan de gunstige tarieven en acties die zij jongeren en gezinnen voorschotelen, gepaard met het lage aantal hooligans. Het logische gevolg is een pleidooi voor moderne stadions met betere voorzieningen, waar een veiligheidsgevoel overheerst. Commercieel directeur van AA Gent, Patrick Lips, spreekt zelfs over de creatie van een ware ‘familiesfeer’. Niet enkel in de vorm van gezinnen als supporters, maar ook in de vorm van buurtvrijwilligers die de club een regionaal en amicaal sfeertje geven. Projecten zoals ‘Open-Stadion’ zijn hiervoor een ideale stimulans. Buiten het verbeteren van de veiligheid en het lokken van alle soorten supporters, probeert ‘Open-Stadion’ het imago van de club te verbeteren en buurtbewoners te betrekken om zo de sfeer in en rond het voetbalgebeuren toegankelijk te maken voor iedereen. Clubs die hieraan meewerken, kunnen op een extra zakcentje van de Vlaamse Regering rekenen.
Stad vs. Club
De laatste maanden waren er van versnelling, concretisering en vooral van veel optimisme. Problemen werden zelden of nooit aangekaart door de initiatiefnemers zelf, of ze werden tussen pot en pint afgedaan als banaal. Iedereen leeft op een wolk van enthousiasme, toelevend naar dat ene doel: betere faciliteiten in het teken van het wereldkampioenschap voetbal. Het is dan ook niet te verwonderen dat mensen blind worden voor de problematiek die erbij komt kijken, deels de oorzaak van datzelfde wereldkampioenschap. Wat bijvoorbeeld met het geval Antwerpen? De stad Antwerpen, Patrick Janssens op kop, maakt zich sterk dat er een stadion komt aan Petroleum Zuid, gebruikt door zowel The Great Old als GBA met een fifty-fifty-verdeling. Als eersteklasseclub ziet GBA dit niet zitten. Ze waren het dan ook oneens met federaal minister van Sport Philippe Muyters dat zij aan de kant geschoven werden in hun vraag naar financiële steun. De twijfelachtige eer van eerste eersteklasser die een procedure start bij de Raad van State viel hen dan ook te beurt. Een gelijkaardige situatie ontspint zich bij Sporting Charleroi en KV Mechelen. De stad Charleroi heeft zijn nieuwe plannen reeds klaar, maar de club negeert deze momenteel volledig. Ook in Mechelen rijst de vraag of KV en Racing samen onder één dak kunnen leven.
Het missen van de organisatierechten zou de regering niet erg happig maken om eventuele extra’s te investeren
Vergiftigd geschenk
Het etiket ‘vergiftigd geschenk’ plakken op het WK is dan ook zeker niet onlogisch. Verdeeldheid tussen stad en club is een eerste probleem. Daarnaast zorgt het WK voor een vertraging van de huidige plannen. Eind december 2010 weten België en Nederland of zij het WK mogen organiseren. Tot dan leven zij in onzekerheid wat betreft hun stadions. Vooral in België is dat een probleem. Indien het WK hierheen zou komen, zou België zijn stadions moeten aanpassen aan de WK-normen. Dit houdt ‘tempels’ in van +- 40.000 plaatsen en dito voorzieningen. Dit terwijl enkel Standard, Club Brugge, Anderlecht en Genk de grens van 20.000 toeschouwers overschrijden. Terugschroeven naar dit aantal is de opdracht na 2018. Een groter probleem stelt zich op wanneer het WK elders georganiseerd zou worden. De grote plannen en ideeën mogen dan terug op stal en ze moeten hervormd worden naar Belgische normen. Ook de beloofde sommen geld van de verscheidene regeringen komen op de helling te staan. Het mom ‘wereldkampioenschap’ werkt nl. zowel als lokaas voor de clubs als stemmenkanon voor de politici. Het missen van de organisatierechten zou de regering niet erg happig maken om eventuele extra’s te investeren. Het verlies van één jaar tijd in een zaak zo dringend als deze, zou sowieso ook zijn sporen nalaten. De toekomst van nieuwe stadions komt zo in gevaar.
Anderlecht en Zulte-Waregem
Een aanpak die zich enkel focust op het WK lijkt dan ook te risicovol. Clubs zoals Anderlecht en Zulte-Waregem (h)erkennen dat gevaar en richten zich resoluut naar de Belgische competitie. Zulte-Waregem gaf zich wel op als oefenstadion voor de WK-euro’s van de Vlaamse Overheid, maar kan rekenen op een back-up van privé-investeerders. Ook zou het stadion een 15.000-tal zitjes herbergen, cfr. de Belgische norm. Het belangrijkste bij Zulte-Waregem is dat zij zich grotendeels onafhankelijk opstellen en reeds een einddatum (medio 2013) hebben vastgelegd voor hun stadion, WK of niet. Hetzelfde verhaal vinden we bij Anderlecht. Zij hebben zich bewust niet gemengd in het WK-debat en laten het Koning Boudewijnstadion de Brusselse eer hoog houden. Zij stellen zich, nog meer dan Zulte-Waregem, onafhankelijk op van de regeringen en gaan zelf op zoek naar financiering voor hun 3de ring die 5000 extra plaatsen moet opleveren. De omvorming van vzw naar nv zal hier zeker zijn nut bewijzen.
De toekomst van de moderne, Belgische voetbalstadions loopt dus langs 2 wegen: deze van het WK en deze van de onafhankelijke clubs. Het WK kan een zegen zijn voor clubs die normaliter geen geld hebben voor een stadionhervorming, maar kan achteraf als een vergiftigd geschenk beschouwd worden. Het belangrijkste nu, is dat de clubs hun plannen snel optimaliseren, snel gaan denken in het belang van hun eigen club en het Belgische voetbal, en niet langer in deze WK-impasse blijven zitten die het paasreces zal regeren en zal blijven regeren tot in december. December, de maand waarin de FIFA beslist over alle gemaakte plannen en ze alles, met één simpel antwoord, van de tafel kan vegen, waarmee ze België terug wakker schudden.
Tags:België, The HollandBelgiumBid, Voetbal, Voetbalstadions, WK-
Guillaume Maebe
-
Bram













