Home » Visie, Wielrennen

Onder halfgoden

door Extrasport op mei 30, 2015 – 07:44Geen Reacties

In 14 x 2 = 28 gooit Extrasport elk weekend met lof, applaus en laurierkransen naar in onze beleving bevriende online media door één hunner miskende parels te savoureren. Omdat de collega’s van de vaderlandse online sportmedia soms erg maatschappelijk relevant werk verrichten dat gezien en gefêteerd mag worden en nimmer sport vulgariseren door zich te bezigen met fait divers en promopraatjes, zich over te leveren aan platvloers seksisme of hun moeder te willen verkopen voor drie extra clicks.

Frank Vandenbroucke – © Wikimedia Commons

‘Haar oma wil liever geen camera’s in de buurt. De pers zorgt voor teveel onnodige stress,’ zegt ze.’’ Nu kan je dan die wens respecteren, de voorgeschiedenis van Frank Vandenbroucke met de media in gedachten een niet meer dan logische vraag en een kind een kind laten zijn of dat straal negeren en een item maken van twee minuten voor een programma dat zowat door een miljoen mensen wordt bekeken. Dat was 2013.

 

Nu zijn we 2015. Intussen is de dochter van Frank Vandenbroucke, want zo heet ze, in haar leeftijdscategorie geen onverdienstelijke atlete. Dat wordt gedetailleerd in kaart gebracht. Moet dat nu? Dat hangt er van af welke vraag u stelt: is ze de dochter van of een zestienjarig kind dat een onbekommerde jeugd verdient zonder dat ze bij het openslaan van een krant een foto van zichzelf ziet omdat ze dochter is van haar vader die toevallig onder wielerliefhebbers met of zonder microfoon een tikkie buitensporig verafgood wordt?

 

Nu vervaagt dit nog altijd in het niets bij twee zaken: zo heroïsch als Thibau Nys (48 tweets, 3799 volgers, één bekende vader) zullen ze niet gauw gemaakt worden. En de manier waarop Frank Vandenbroucke tijdens zijn carrière op een voetstuk werd geplaatst, daar met veel bombarie en vette krantenkoppen werd afgesleurd en intussen de functie van gedelegeerd bestuurder bekleedt in het pantheon der goden.

 

Generator van verhalen

Over hoe Frank Vandenbroucke wordt beleefd, valt een tiendelige boekenreeks te schrijven. De wielercolumnist moet spaarzaam omspringen met zinnen en woorden, zoals uit deze zin alleen al blijkt, en verricht vermetele pogingen een anekdote of scherpe, gevatte zinsneden neer te schrijven die het hele plaatje moeten vatten. Aan een nuchtere buitenstaander krijg je het niet uitgelegd. Elke gelegenheid wordt te baat genomen om Vandenbroucke te vereren. En als er geen gelegenheid is, wordt er wel één in het leven geroepen. Zoals Vandenbroucke nooit een gelegenheid nodig had zijn leven in een puinhoop te transformeren.

 

Iemand die met zichzelf in de knoop zat, opgejaagd wild, een junkie op twee wielen. Het zijn minder fraaie beschrijvingen van de man die de fundamenten van zijn nalatenschap bouwde op epo: Vandenbroucke fietste zich op La Redoute in de onsterfelijkheid, waar hij de beste eendagsrenner van toen Michele Bartoli onsterfelijk belachelijk maakte. In de meeste gevallen is epo dat goedje dat na een tijdje de fundamenten van de ogenschijnlijk meest onneembare burchten verteert, erodeert en in elkaar doet stuiken. In het slechtste geval belanden de restanten op de sofa bij Oprah Winfrey.

 

Toch belet dat niet dat hij wordt geromantiseerd. En net als Marco Pantani in Italië martelaar is van die duistere, verdorven jaren negentig. Te vroeg sterven helpt altijd. Lance Armstrong, Riccardo Ricco en Danilo Di Luca zagen even over hoofd dat een wielrenner twee keer hoort te sterven: één keer wanneer hij stopt met fietsen en een tweede keer wanneer hij oud, grijs en versleten is. Wanneer een renner vroegtijdig sterft, weekt dat ongeacht de situatie altijd de nodige emoties los bij de wielerliefhebber. U zou zich ook kunnen afvragen welk beeld het schept met Vandenbroucke en Pantani te dwepen en andere renners die de pech kennen nog te leven af te vallen vanwege hun dopinggebruik.

 

Hoe dit kan? Het antwoord is wielrennen. Ogenschijnlijk een sport waar mannen na hun tienerjaren ook hun twintigerjaren in het teken stellen van dat procentje sneller fietsen. Maar in feite een generator is van verhalen. En Frank Vandenbroucke was nu eenmaal bron van meer verhalen dan een heel peloton in de Tour en de Giro samen. Hij is bij uitstek het bewijs dat in wielrennen de oppervlakkige realiteit van mannen die tegen elkaar om ter snelste fietsen een alibi is om verhalen te genereren. Was wielrennen een sport louter van resultaten, dan zou er alleen nog onder een zeer selectief kliekje wielerliefhebbers over hem worden gesproken, dat slag dat voorts Enrico Zaina, Oscar Camenzind en Aitor Gonzalez aanbidt.

 

Schizofrenie

Een beetje schizofrenie is de wielerliefhebber niet vreemd. Het blijkt zelfs een vereiste te zijn om Italiaanse rittenkoersen van drie weken en bij uitbreiding de rest van de wielersport te kunnen omhelzen. Nu omvat de figuur van Frank Vandenbroucke zoveel tragiek dat het niet anders kan dat hij tot de verbeelding spreekt en het onbegrijpelijk is dat tot nog toe alleen Dimitri Verhulst in hem (Monoloog van iemand die het gewoon werd tegen zichzelf te praten) een romanfiguur zag.

 

En toch. Wat zou het een verademing zijn mocht er zo eens een renner zeggen niets te hebben met Marco Pantani of Frank Vandenbroucke. Een renner die het wrang vindt dat het net deze personages zijn die gecultiveerd worden. De trouwe kijker van de Giro d’Italia zal het al wel opgevallen zijn. De steekkaarten met informatie over een renner zoals lengte, gewicht en lievelingsfilm die op tijd en stond door het beeld flitsen, maar die ook vertellen wie diens grootste sportheld is. Zo bent u al te weten gekomen dat er nauwelijks Italianen zijn die Marco Pantani niet als lichtend voorbeeld aanduiden, dat Louis Vervaeke opkijkt naar Frank Vandenbroucke en Carlos Betancur naar Alejandro Valverde.

 

Nu kan u sceptisch doen over de mentaliteitswijziging in dat zogenaamde nieuwe wielrennen, het is maar de vraag of je hier bindende conclusies aan kan verbinden. Het zegt wel alles over de structuur van de wielersport en waarom het wielrennen altijd in hetzelfde straatje blijft sukkelen. Waarom weigert discuswerper Robert Harting op een nominatielijst te staan met Justin Gatlin en reageert men in atletiek wel vernietigend op diens aanwezigheid en gaan renners die barsten van het talent als Michal Kwiatkowski en Julian Alaphilippe op de foto met respectievelijk Johan Museeuw en Richard Virenque? Mensen die hun teergeliefde sport aan de rand van de afgrond hebben gebracht. Het antwoord is omdat ze niet hypocriet zijn.

 

Waarom de ene dopinggebruiker uitspuwen als ploegleiders met wie je dagelijks samenwerkt in de jaren negentig hebben gekoerst net als met ploegartsen die toen al het peloton verblijdden met hun aanwezigheid? Het wielrennen is zo populair door haar verleden, maar dat is ook zoals hier blijkt haar achilleshiel. Het kan met dat verleden maar geen komaf maken wanneer dat wenselijk is. Zo is het dus mogelijk dat tegelijkertijd de strijd tegen doping in wielrennen als topprioriteit aanzien wordt en dopinggebruikers als Marco Pantani en Frank Vandenbroucke de status van moderne halfgoden toebedeeld krijgen. Dit wordt voor de geoefende wielerliefhebber zelfs een beetje veel schizofrenie.

 

Als de verheerlijking van Vandenbroucke iets aantoont is het dat herinneringen en verhalen dopinggebruik overstijgen en dat dit de romantiek in de koers en bij uitbreiding het hele wielrennen niet hoeft te doden. En dus, hoewel dat hier en daar wel eens wordt opgeworpen, kan het geen kwaad de dingen te benoemen. De persoon van Vandenbroucke en nog meer de manier waarop hij gepercipieerd wordt, vertelt erg veel over het wielrennen zelf. Over de charmes en de romantiek ervan, maar ook over de onweerstaanbare drang tot zelfvernietiging: Frank Vandenbroucke als metafoor voor de wielersport. Het is maar de vraag of er in het wielrennen ooit iets ten goede zal veranderen als zulke figuren als halfgoden blijven geadoreerd worden.

 

© 2015 – Extrasport – Matthias Vangenechten

 

 

Tags: ,