Home » Analyse, Wielrennen

Lance Armstrong, de mythe doorprikt?

door Extrasport op januari 27, 2013 – 18:42Geen Reacties

Het wonder Armstrong blijkt een mythe te zijn. Een gevallen engel die, zo klinkt het toch, in haar val die andere mythe, het wielrennen, meesleurt. Al te vaak wordt in de verslaggeving rond de Texaan gegoocheld met de fragiele term die ‘mythe’ toch wel is. Reden te meer om stil te staan bij de vraag in hoeverre de mythe wielrennen tegenwoordig nog bestaat. Vandaag deel twee: de mythe Armstrong.

Lance Armstrong - © Wikimedia Commons

Gisteren vertelden we u al dat bedrog inherent verbonden is met onze maatschappij en bijgevolg ook zeer nauw met sport verweven is. De grootste exponent van deze stelling is ongetwijfeld de zaak rond Lance Armstrong. Niet veel renners zijn een mythe an sich. Lance Armstrong was dat wel. Hij straalde onoverwinnelijkheid uit. Zijn over-mijn-lijkmentaliteit in de Tour de France, nota bene de meest gemythologiseerde wielerwedstrijd ter wereld, maakte van hem de mythe die hij was en in feite nog steeds is. En dat allemaal na het overwinnen van kanker. Een waargebeurd verhaal dat alle fictie overtrof, maar door ons, de fanatieke toeschouwer, als werkelijkheid aanvaard werd.

 

Eeuwige held
De mythe Armstrong is voor velen nu definitief doorprikt. Een minderheid blijft Lance Armstrong echter als een mythische held beschouwen. Wat de Amerikaan voor hen heeft betekend, is vele malen groter dan het feit dat hij zijn zeven Tourzeges behaalde met behulp van verboden middelen en leugenachtige praktijken. Moeten we deze mensen dan weghonen? Nee, zij percipiëren Armstrong als mythe. Niet uit naïviteit maar uit een oprechte vorm van denken. Ook een dopingbekentenis vele jaren na dato zal daar weinig aan veranderen. En daar is niets mis mee. Daarom is het ook te kort door de bocht te zeggen dat Lance Armstrong als mythe gevallen is. Armstrong blijft veel bewonderaars hebben. Ook al verkiezen deze vandaag de dag vooral verscholen te blijven.

 

Wielrennen is een mythe met enkele renners die door het wielrennen zelf een mythe zijn geworden. Deze coureurs zijn niet met erg veel. Armstrong, Eddy Merckx, Fausto Coppi en Gino Bartali. Verder komen we niet. De mythe rond deze renners zal mettertijd enkel maar vergroten, het geval Armstrong even buiten beschouwing gelaten. Over Merckx verschijnen er nog steeds boeken. Zijn nalatenschap wordt jaar na jaar meer gestoffeerd. Ook de verhaalstof rond Coppi en Bartali neemt steeds grotere proporties aan. Denken we maar aan het feit dat Gino Bartali door in 1948 de Tour te winnen de eenheid in Italië herstelde en zo een burgeroorlog wist te voorkomen. Verder kan een wielrenner het qua maatschappelijke invloed niet schoppen.

 

“Armstrong blijft veel bewonderaars hebben. Ook al verkiezen deze vandaag de dag vooral verscholen te blijven.”

 

Coppi, Bartali, Merckx en Armstrong belichamen ook drie verschillende periodes. De twee Italianen beleefden hun gloriedagen in televisieloze tijden. Het verhaal van de krant was het verhaal van de koers. Er was meer ruimte voor anekdotiek. Merckx op zijn beurt beleefde zijn hoogdagen in de overgangsperiode tussen de oude journalistiek en de algemene opkomst van televisie en de bijhorende groeiende media-aandacht voor de Tour de France. Ook hier vormden verhalen en de anekdotiek nog de bovenhand. Armstrong daarentegen schreef zijn mythe in tijden van overmediatisering van de Tour. Telkens weer zoeken we figuren naar wie we kunnen opkijken. Omdat we door televisie, radio en aanverwanten al zo kort op de bal zitten, moet de mythologisering van een renner het vooral van onderliggende elementen hebben. Bij Armstrong was dat zijn kanker. Door die overwonnen te hebben, nam Armstrong bovenmenselijke proporties aan. Dit maakte van zijn Tourzeges niet gewoon een hoop overwinningen, maar een heus wonder. De waarheid blijkt nu iets genuanceerder te zijn. Toch heeft de Texaan bepaalde mensen hoop gegeven en straalde hij een mentale kracht uit waar vele kijklustigen zich aan konden optrekken. Die hoop was weliswaar gestoeld op bedrog en was voor Armstrong zelf slechts een handige bijkomstigheid waardoor hij aan populariteit kon winnen. De mensen die de gevallen wielerheld hoop heeft gegeven, kunnen dat anders ervaren. De verkregen mentale steun zal hen altijd meer bijblijven dan het beeld van Armstrong als leugenaar en bedrieger. De mythe Armstrong zal voor hen eeuwig blijven bestaan.

 

Submythes
Het woord mythe moet niet te vaak worden gebruikt of het begrip raakt stilaan uitgehold. We maken daarom een onderscheid tussen mythen en submythes. Wanneer een volwaardige mythe zoals Armstrong valt, davert de hele wielersport op haar grondvesten. Fabian Cancellara en Tom Boonen categoriseren we bijvoorbeeld slechts onder de submythes. Zij zijn lokaal verankerde helden en hebben niet de weerga van een Merckx of een Armstrong. Qua persoonlijke beleving zijn in Vlaanderen Cancellara en Boonen de mythes van deze tijd. Bovendien kunnen ze die mythevorming rond hun persoon een handje helpen. Cancellara weet verduiveld goed hoe om te gaan met de Vlaamse pers. Lees zijn biografie er maar eens op na. Hierin lijkt het wel alsof Cancellara een quasi perfect beeld van zichzelf tracht te schetsen in de hoop nog meer gemythologiseerd te worden. Bovendien is voor de Vlaming de identificatie met een over kasseien vlammende Boonen groter dan die met een kleine Spanjaard die bergop sterk uit de voeten kan. Om Joaquim Rodriguez maar niet bij naam te noemen. Boonen zal daardoor bij ons altijd veel hoger worden ingeschat dan Rodriguez, hoewel deze laatste zijn prestaties minstens evenwaardig ingeschat dienen te worden.

 

“In feite is Armstrong de Reinaert de vos van de wielersport, een schalkse schurk die ook de andere schuldigen, incluis de UCI, te grazen neemt.”

 

Wanneer de mythes en de submythes groter worden dan het wielrennen kunnen zij in geval van crisis de sport ernstige schade berokkenen. Kijk maar naar Armstrong. Het wielrennen heeft van de Texaan een mythe gemaakt. Nu zijn val als mythe is ingezet, sleurt hij en passant de wielersport ook met zich mee. Hij is het wielrennen als het ware ontgroeid. Vreemd, zeker gezien Armstrong bijna enkel in de Tour goed wist te presteren. Hoewel Miguel Indurain ook vijfmaal de Tour won, is hij geen mythe. De Spanjaard is net als huidig Tourwinnaar Bradley Wiggins het perfecte schoolvoorbeeld van de berekening en de wetenschap. En Armstrong dan? Ook bij hem overheerste de berekening. Armstrong wist dit echter te compenseren door het nodige charisma tentoon te spreiden. Hij was The Boss, de leider van het peloton. Wie niet in het gareel liep, werd genegeerd of juist geviseerd. We gaven ons als wielervolger snel over aan zijn hegemonie. Aan een te harde Armstrong die daarnaast ook kanker overwonnen had. Deze tweespalt tussen zijn dominante figuur en zijn genezing van kanker was bevreemdend voor de wielervolger. Het viel niet te plaatsen, het was ongezien. Het zorgde ervoor dat Armstrong het respect van de wielerwereld won.

 

Reinaert de vos
Nog steeds blijft voor velen de mythe Armstrong overeind. Wanneer de Texaan in het verleden geen kankerpatiënt geweest zou zijn, dan was de mythe Armstrong al lang gevallen. Of had ze misschien zelfs nooit bestaan. Ook de hogere wielerinstanties beseften maar al te goed wat voor een goudmijn Armstrong was na de Festina-affaire. De gebroeders Grimm of Hans Christian Andersen zouden het niet beter hebben kunnen verzinnen. In feite is Armstrong de Reinaert de vos van de wielersport, een schalkse schurk die ook de andere schuldigen, incluis de UCI, te grazen neemt. En ook dat zal bewondering blijven opwekken. Bij het lezen van het verhaal rond Reinaert de vos zal elke lezer sympathie voelen voor Reinaert, hoewel die in se een pure slechterik is. Die parallel kunnen we ook doortrekken naar de figuur Armstrong. USADA-rapporten, getuigenissen en bekentenissen ten spijt, Armstrong zal voor velen altijd een mythe blijven.

 

© 2012 – Extrasport – Matthias Vangenechten

 

 

Tags: , , , , , ,