Home » Hockey, Interview

Hockeyer Florent van Aubel: “Geloof in EK-goud in Boom”

door Extrasport op januari 5, 2013 – 12:10Geen Reacties

The Red Lions are on a roll. Na hun sterke vijfde plaats op de Olympische Spelen in Londen werden de hockeymannen op het Sportgala eind vorig jaar gekroond tot ‘Sportploeg van het Jaar’. Met een nieuwe topbondscoach en een aanstormende, talentvolle spelersgeneratie lijkt de groep voldoende gewapend om ook in de toekomst potten te breken. Florent van Aubel (21) zorgt voor duiding bij dit succesverhaal.

Florent van Aubel - © PHDPH.com

Een drietal maanden geleden schonk Extrasport al aandacht aan de Red Panthers, de vrouwelijke tegenhangers van de Red Lions. Strafcornerspecialiste Stephanie De Groof (21) gaf toen tekst en uitleg bij het nationale vrouwenhockeyproject. Het jonge, nog vrij onervaren team mocht in Londen voor de allereerste keer proeven van de Olympische Spelen en behaalde een verdienstelijke elfde plaats.

 

In tegenstelling tot hun vrouwelijke collega’s vormde Londen niet de olympische vuurdoop voor de Red Lions. Het nationale hockeymannenteam was er al vier jaar eerder bij in Peking. De daar behaalde negende plaats stond symbool voor de absolute heropleving van het Belgische mannenhockey. Het was namelijk van Montreal 1976 geleden dat België een hockeyploeg naar de Spelen mocht sturen. Sinds Peking timmeren de Red Lions verder aan hun weg hogerop. Met succes. Grote getuigen hiervan zijn de vijfde stek in Londen en de zonet in december 2012 behaalde vijfde plaats op de befaamde Champions Trophy, na de Spelen en het wereldkampioenschap de derde grootste internationale afspraak. Sindsdien mogen de Belgische hockeyjongens de negende plaats op de wereldranglijst claimen.

 

Een van de jongere vaste waarden in de kern, Florent van Aubel, vierde in Londen zijn olympisch debuut. Helaas blesseerde de nog studerende Gentenaar zich in de slotwedstrijd tegen Spanje zwaar aan de schouder. Nu, vijf maanden later, is de revalidatie nog altijd aan de gang. De pas 21-jarige van Aubel komt in de Belgische competitie uit voor de Brasschaatse topclub KHC Dragons. Mede door zijn technische onderlegdheid geldt de aanvaller als een rastalent in hockeyland. Enkele maanden geleden werd hij nog winnaar van de ‘Gouden Stick’, de prijs uitgereikt aan de beste Belgische eredivisiespeler van het afgelopen seizoen.

 

Samen met Florent van Aubel blikken we daarom terug op de succesvolle voorbije vier jaar die het nationale team mocht beleven en op hetgeen komen gaat. Met kersvers bondscoach Marc Lammers hebben de Red Lions sinds november 2012 een nieuw vat vol ervaring en deskundigheid staan aan het roer van de technische staf. De aanstelling van de Nederlander mag aanzien worden als een belangrijke poot van het ambitieuze plan om in Rio 2016 mee te spelen voor de medailles. Het Europees kampioenschap in België dit jaar en het wereldkampioenschap in Den Haag in 2014 zijn daarbij niet te onderschatten tussenstappen.

 

Mission London 2012 accomplished

Florent, tijdens de jeugdjaren zat je steevast in de selectie van het nationale team. Wanneer maakte je uiteindelijk je debuut in de A-ploeg?
Vlak na de succesvolle Spelen van Peking werd de A-kern uitgebreid met enkele veelbelovende jongeren. Ik was er daar eentje van. Tijdens de Hamburg Masters, een vierlandentoernooi, stond ik voor het eerst als Red Lion op het veld. Helaas blesseerde ik mij kort nadien zwaar aan de linkerschouder. Daardoor moest ik voor een tijdje aan de kant staan. Op de Olympische Spelen in Londen haalde ik mijn rechterschouder uit de kom. Nu sieren twee grote littekens mijn bovenlichaam. (lacht)

 

Wanneer werd je na je eerste schouderblessure weer ingelijfd bij het nationale team?
Het jaar 2009 stond voor mij vooral in het teken van revalideren. Geleidelijk aan kon ik de trainingen en competitie weer opdrijven en vanaf 2010 veroverde ik mijn vaste stek in het nationale A-team. Met het U18-team greep ik dat jaar de Europese titel. Enkele sterkhouders van die formatie, zoals Gauthier Boccard, Simon Gougnard, Loïc Luypaert en ikzelf, werden zo betrokken bij de groep van de groten. Dat zorgde voor een gezonde mix van ervaren spelers en jong talent.

 

De resultaten bleven niet uit. Jullie zetten beetje per beetje stappen verder hogerop.
Inderdaad. Je zag ons zo groeien. De structuur, zowel op vlak van spelers als op het gebied van staf, zat goed ineen. 2011 werd een waar topjaar. We werden vierde op het Europees kampioenschap in het Duitse Mönchengladbach en daaraan hing een rechtstreeks olympisch ticket voor Londen vast. Later dat jaar was er ook nog de winst op de Champions Challenge I in het Zuid-Afrikaanse Johannesburg, een toernooi voor landen die tussen plaats negen en zestien op de wereldranglijst staan. Ik krijg nog altijd kippenvel als ik terugdenk aan de finalematch van dat toernooi. Ik maakte het winnende doelpunt. (lacht) Door die zege plaatsten we ons voor de allereerste keer in de Belgische hockeygeschiedenis voor de Champions Throphy. Voor mij persoonlijk kwam daar nog een mooie erkenning bovenop. Ik was een van de vijf genomineerden voor de titel van ‘Wereldbelofte van het Jaar’. Een geweldige eer!

 

van Aubel: “We werden negende in Peking en behaalden een vijfde plaats in Londen. Vier plaatsen winst in vier jaar tijd. Ongelofelijk!”

 

Jullie voeren op een golf van succes. Met welke doelstelling traden jullie toen het eindstadium van die olympische cyclus, de Londense missie, in?
Ons doel was duidelijk: beter doen dan in Peking. We trokken naar Londen met een perfecte mix van jonge gasten en ervaren rotten. In de poule verloren we enkel van Duitsland (eerste op de wereldranglijst) en Nederland (derde op de wereldranglijst), de twee naties die later de finale zouden betwisten. In de andere groepsmatchen leden we geen puntenverlies. Hier verdient onze keeper Vincent Vanasch toch nog eens een vermelding. Hij hield ons door enkele wereldreddingen vaak in de wedstrijden. In de uiteindelijke play-offwedstrijd om plaats vijf domineerden we Spanje, toen nog de vice-olympische kampioen. Met een 5-2-zege behaalden we onze verhoopte notering in de top vijf. We deden vier plaatsen beter dan in Peking. Dan mag je wel van een geslaagde missie spreken.

 

Hoe verklaar jij het succesvolle pad dat jullie de afgelopen vier jaar bewandelden?
Zoals ik al zei, bestaat het spelersteam uit een goede combinatie van jonge talenten en oudere, meer ervaren gasten. Na de Spelen zeiden enkele ouderen de nationale ploeg vaarwel, maar geloof me vrij dat de generatie die nu haar opwachting maakt, barst van het talent. Zo werd de nationale U21-ploeg afgelopen zomer nog Europees kampioen. Toekomstgericht ziet het er dus niet slecht uit. Verder hebben we ook op gebied van technische staf allesbehalve te klagen. Met Colin Batch hadden we de laatste jaren de eer om met een supercoach aan de slag te kunnen gaan. Voor hij ons team kwam versterken, haalde de Australische trainer met zijn thuisland al goud en brons op de Spelen. Ook de rest van ons technisch team is wereldtop. Zo is assistent-coach Jeroen Delmee een Nederlandse hockeylegende en met mental coach Jef Brouwers worden we begeleid door een fenomeen in het vak. Het totale plaatje klopt gewoon.

De Red Lions op de Olympische Spelen in Londen - © KBHB

En toen kwam Marc Lammers…

Een dikke maand na de Spelen kondigde hoofdcoach Colin Batch zijn ontslag aan…
Ik kan me die dag nog perfect voor de geest halen. Het nieuws overviel ons. Het kwam totaal onverwacht, zeker na de geslaagde Spelen die we samen hadden beleefd. Familiale redenen lagen aan de basis van zijn vertrek. Nu is hij actief als keuzeheer van de Nieuw-Zeelandse mannen. Zo kan hij veel dichter bij huis aan het werk.

 

Marc Lammers werd als nieuwe bondscoach aangesteld. Hoe werd dit nieuws door de groep onthaald?
(zonder twijfelen)
 Topkeuze! Toen Batch zijn vertrek had aangekondigd, gingen we met het team uiteraard aan het speculeren over zijn mogelijke opvolger. We wisten dat Marc Lammers op dat moment vrij was en koesterden toch al wat stiekeme hoop. (lacht) Twee weken later kregen we het heugelijke nieuws te horen dat Lammers werd aangesteld. Lammers is een internationale klepper pur sang. Zijn cv is om van te duizelen. Zes jaar lang was hij bondscoach van de Nederlandse dames. Zo won hij met hen onder meer zilver in Athene en goud in Peking. Het is fantastisch voor het Belgische hockey dat zo een grote naam zich in onze structuur komt nestelen. Toen Lammers zichzelf voor het eerst aan ons voorstelde, vertelde hij laaiend enthousiast te zijn om met ons te kunnen samenwerken. Dat gaf ons zelfvertrouwen een flinke boost.

 

Jullie zetten de laatste jaren heel wat puike resultaten neer en staan nu negende op de wereldranglijst. De huidige structuur lijkt dus goed aan te slaan. Welke extra’s kan Lammers jullie bijbrengen?
Marc Lammers is gekend als een zeer innovatief en creatief persoon. Hij gaat altijd op zoek naar vernieuwing, gestoeld op zijn jarenlange, internationale ervaring. Verder is communicatie voor hem ultrabelangrijk. Je kan hem zien als een people manager. Hij investeert zwaar in one-to-one-gesprekken met ieder van zijn spelers. Ik denk dat dit ons verder hogerop kan brengen.

 

Past die deels individualistische aanpak in de werking die in het tijdperk voor Lammers werd toegepast?
Zeker en vast. Ondanks dat hockey een teamsport is, gaat het er ook zeer individualistisch aan toe. Tijdens de week train ik met mijn club KHC Dragons. Daarbovenop komen de spelers van de nationale ploeg normaal gezien twee keer per week samen op het veld. België is een klein land en dat maakt het gemakkelijk om vaak samen te trainen. In die veldsessies gaan we dieper in op spelschema’s en tactische en technische oefeningen. Maar naast die collectieve trainingen krijgt elke speler ook een persoonlijk fitnessschema mee naar huis. Dat programma heeft voor elke speler een aparte invulling. Ik moet bijvoorbeeld extra schouderstabiliteitsoefeningen afwerken in de gymzaal. Anderen zullen dan weer een extra conditietraining moeten inlassen. We trainen altijd met de hartslagmeter aan. Zo kan men zeer snel ingrijpen.

 

“Lammers is meer dan een bondscoach. Hij is een people manager”, dixit van Aubel

 

Worden jullie door de staf op alle gebieden zo sterk opgevolgd?
Zo goed als mogelijk, inderdaad. Via de website TopSportLab.com vult iedere speler elke ochtend een kort vragenlijstje in. Dit gaat om vragen die peilen naar onze slaapkwaliteit, ons gewicht, kleur van onze urine, het algemene gevoel, et cetera. Zo houden we onze staf goed op de hoogte. Geregeld vraagt men ook naar onze mentale toestand. Verder begeleidt een diëtiste ons in ons voedingspatroon. Ook daar gaat het er superindividualistisch aan toe. Het grappige is dat vrijwel iedereen van de groep wil of moet vermageren. Ik beoog net het tegenovergestelde. Ik ben niet de meest krachtige atleet, dus ik mag wel wat verbreden. De diëtiste gaf me al heel wat proteïnetips. (lacht)

Florent van Aubel wil met de Red Lions Europees kampioen worden in eigen land - © PHDPH.com

Europees kampioen worden in Boom is mogelijk”

Met de Champions Trophy in Melbourne werkte Marc Lammers begin december 2012 al zijn eerste competitieve opdracht af. Jij was er door een blessure niet bij op dit toernooi met de beste acht landen van de wereld. Hoe schat jij die vijfde stek in?
Ik denk dat we meer dan tevreden mogen zijn. Het is een bevestiging van wat we in Londen lieten zien. Het was bovendien onze allereerste deelname aan de Champions Trophy en we traden aan met heel wat jongeren. Je merkte in de poulematchen wel dat het nog wat zoeken was naar ons spel. Met een nieuwe coach aan het commando is dit ook vrij normaal, denk ik. In het tweede deel van de Champions Trophy draaide het beduidend beter. Door die vijfde plaats zijn we ook meteen verzekerd van deelname aan de volgende editie van dit toptoernooi. Dit komt de ontwikkeling van het Belgische hockey alleen maar ten goede.

 

Zoals eerder vermeld, bekleden de Red Lions momenteel de negende positie op de wereldranglijst. Jullie zijn qua puntentotaal een boogscheut verwijderd van plaats vijf.
Klopt. In het mannenhockey gelden respectievelijk Duitsland, Australië en Nederland als de topformaties. Daarachter volgen een resem subtoppers, zoals Nieuw-Zeeland, Spanje en Zuid-Korea. Daartoe mag België ook worden gerekend. In Londen verloren we in de poulefase met 1-3 van Nederland. Wij creëerden bij wijze van spreken tien keer meer doelkansen dan de Nederlanders en toch verloren we. We kregen een zuivere les in efficiëntie en dat weerspiegelde nog maar eens het verschil tussen een topland en een subtopland.

 

Waar liggen voor jullie de werkpunten op het hockeyveld zelf, om zo op termijn misschien ook tot die absolute topblokken te behoren?
Het is voor ons niet langer de kwestie om grote structurele veranderingen op defensief of offensief niveau te gaan doorvoeren. Die hoofdlijnen werden eerder al goed uitgetekend. In de toekomst is het vooral zaak om te blijven werken aan details. Al zal de strafcorner de komende tijd toch wel een aandachtspunt zijn bij ons. Bij de toplanden wordt gemiddeld een derde tot een vierde van die strafcorners omgezet in een doelpunt. Wij halen dat cijfer voorlopig niet. De ervaring van Lammers zal ons zeker helpen om ons strafcornerrendement de hoogte in te jagen.

 

De komende jaren staan er weer enkele mooie uitdagingen voor de deur. Het hoofddoel dit jaar is ongetwijfeld de Europese titelstrijd in augustus voor eigen volk in Boom. Met welke ambitie zullen de Lions daar naartoe trekken?
We gaan sowieso voor een medaille. Ja, daarbij denk ik zelfs aan goud. Alles zal mogelijk zijn op dat toernooi. De kloof met de beste landen is niet meer zo groot en voor eigen volk zullen we hoe dan ook iets extra kunnen brengen. We ondergingen als groep op mentaal vlak de laatste jaren een belangrijke gedaanteverandering. De jongeren in het team, waaronder ikzelf, zijn het van in de jeugdcategorieën gewoon te winnen van toplanden als Nederland en Duitsland. Die winnaarsmentaliteit hebben wij als youngsters deels overgebracht op de ouderen van de A-kern. Nu prenten we onszelf constant in dat we iedereen kunnen en zullen verslaan. Vroeger was het vooral hopen om niet te verliezen van een lastigere concurrent. Dat is qua gedachtegang een wereld van verschil. Als we niet op het podium staan, moeten we teleurgesteld zijn. Punt uit.

 

Zie jij dat Europees kampioenschap in eigen land als het hoogtepunt van je carrière?
(twijfelt even)
 Toch niet. Ondanks dat het Europees kampioenschap zo dicht bij huis zal doorgaan, vind ik de Olympische Spelen nog altijd het hoogste wat je als sporter kunt bereiken. Maar het spreekt voor zich dat het EK een waanzinnig evenement wordt. Twee jaar geleden op het Europees kampioenschap in Mönchengladbach, waar we vierde werden, kleurde het stadion letterlijk al volledig rood. Je mag in het Belgische Boom zeker nog meer sfeer verwachten. Ik hoop en denk ook dat het evenement heel wat ‘niet-hockeymensen’ zal aantrekken. Het wordt een volksspektakel.

 

“Er wordt meer en meer van ons verwacht. Als we in Boom geen medaille grijpen, moeten we diep ontgoocheld zijn”

 

Hoe plannen jullie het verdere verloop richting Rio 2016?
De kerndoelstellingen liggen vast. We moeten het goed doen op het EK in Boom. Tussendoor willen we ons via de World League ook plaatsen voor het wereldkampioenschap van 2014 in Den Haag, opnieuw dicht bij huis. Het is inmiddels tien jaar geleden dat België zich wist te plaatsen voor een wereldkampioenschap. Met de huidige kern en de goede resultaten die al behaald werden, moeten we er gewoon bij zijn in Nederland. In 2015 volgt er weer een Europees kampioenschap en tegen 2016 hopen we medaillerijp te zijn op de Spelen van Rio.

De Red Lions voor het Olympisch Stadion in Londen - © KBHB

Hoe vergelijk je jullie verhaal met dat van je vrouwelijke collega’s, de Red Panthers?
Beide ploegen zijn in volle groei. Dat staat vast. Als je enkele buitenlandse hockeyspelers vraagt naar welk land momenteel aan het exploderen is, dan ben ik er vrijwel zeker van dat ze allemaal België zullen antwoorden. De jongens zijn vroeger op de trein gesprongen en daardoor staan wij een olympische cyclus voor op de Red Panthers. Het was voor de meisjes echt al fantastisch dat ze erbij waren in Londen. Het betreft een jonge, talentvolle groep. Ik ben ervan overtuigd dat ze de komende jaren nog grote stappen voorwaarts zullen zetten. Het is wel wat moeilijk om beide ploegen op vlak van spel met elkaar te vergelijken. Het blijven twee apart te besturen teams.

 

Zowel het nationale vrouwen- als mannenhockey zit hoog in de lift. Ervaar jij voldoende media-aandacht?
Dat we met twee teams op de Spelen present tekenden, heeft de hockeymedia-aandacht in België enorm vooruit gestuwd. Een EK of WK komt amper in beeld. Al zal het met het komende Europees kampioenschap in eigen land wel anders zijn, geloof ik. De aandacht voor de nationale competitie kan wel beter. Momenteel spelen drie Belgische mannenclubs, waaronder ook mijn ploeg, Europees mee. Ik ben benieuwd hoeveel mensen hiervan op de hoogte zijn. (lacht) De net behaalde titel van ‘Sportploeg van het Jaar’ zette de mooie prestatie van de Red Lions in Londen wel nog eens extra in de verf. Zo’n titel kan toch tellen.

 

Een slotvraagje nog. Hoop je ooit van je hobby je beroep te kunnen maken?
Dat zou natuurlijk fantastisch zijn. Momenteel kent de nationale mannenploeg slechts twee profs. Voor dat statuut moeten ze ook heel wat uren kloppen als coach van enkele jeugdteams. De andere Red Lions werken of studeren. De Koninklijke Belgische Hockeybond (KBHB) werd dit jaar wel opgesplitst in een Vlaamse en een Waalse vleugel, waardoor Vlaanderen meer subsidies zal verwerven. Op termijn behoort een Blosostatuut misschien wel tot de mogelijkheden. Al ben ik niet naïef. Eerst wil ik mijn studies communicatiewetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel voltooien. Wil ik veel geld verdienen, dan had ik destijds maar voor voetbal of tennis moeten kiezen. (lacht)

 

© 2012 – Extrasport – Anne-Laure Gheerardyn

 


Tags:, , , , , , , ,