Home » Actua, Voetbal

Het Real Madrid van Gento

door Extrasport op mei 19, 2014 – 10:05Geen Reacties

Elke week duikt de homo sportnostalgicus in de sportgeschiedenis en rakelt hij een mooie anekdote, een beklijvend sportmoment of een keerpunt in de sportgeschiedenis op. Vandaag keert hij terug naar mei 1960, toen Real Madrid in Glasgow voor de vijfde keer op rij de Europacup I in de wacht sleepte.

Francisco Gento (rechts onderaan) met Real Madrid in 1966 – © Wikimedia Commons

Komende zaterdag wordt in Lissabon de finale van de Champions League gespeeld tussen Atlético Madrid en Real Madrid. Voor die eerste ploeg een vrij unieke aangelegenheid. Het is nog maar de tweede keer in haar geschiedenis dat Atlético de finale van de belangrijkste Europese beker voor clubs bereikt, in 1974 dwong het in de finale van de toenmalige Europacup I Bayern München tot een Final Replay. Hoeness en Müller zorgden in deze Final Replay elk met twee doelpunten voor een alsnog klinkende Duitse triomf. Voor Real Madrid is een finale van de Europacup I of de Champions League spelen al iets minder een unicum. Het heeft al negen trofeeën in de kast staan en mag zich daarmee alleen recordhouder noemen.

 

Maar het moet gezegd, de Madrilenen danken deze puike statistieken vooral aan de begindagen van de Europacup I, die voor het eerst in het seizoen 1955-1956 op het programma stond. Real Madrid zou deze editie en de vier volgende winnen. De ene keer al wat vlotter dan de andere keer. Maar vlot ging het zeker die ene 18de mei 1960, toen het voor een vijfde keer op rij de Europacup I zou winnen. Eintracht Frankfurt werd met 7-3 verslagen. De Duitsers zijn daarna nooit meer in de finale van de Europacup gesignaleerd geweest.

 

 

Francisco Gento

De absolute vedettes bij Real Madrid toentertijd waren Ferenc Puskas en Alfredo Di Stefano. Zij hoeven niet meer voorgesteld te worden. Eén cijfer om hun bepalendheid uit te drukken: in de 7-3 overwinning tegen Frankfurt scoorden Puskas en Di Stefano de zeven doelpunten van Real. Maar een derde speler, met een iets kleinere Wikipediapagina en die al iets minder een belletje doet rinkelen, maar desondanks ook steevast op het plein stond en meer dan zijn aandeel had in de Madrileense succesreeks, was de Spaanse linksbuiten Francisco Gento. Hij stond zesmaal in de basis toen Real Madrid de Europacup won, want behalve in de periode 1956-1960, was hij er ook in 1966 bij de zesde Europacupzege van Real nog bij. Dat deed niemand hem nadien of voordien na. Bovendien stond hij achtmaal in de finale van de Europacup I. Een aantal dat alleen Paolo Maldini heeft weten evenaren.

 

 

Francisco ‘Paco’ Gento was gekend om zijn loepzuivere voorzetten, zodat het voor Di Stefano en Puskas vaak maar een formaliteit was om de netten te doen trillen. Een ander handelskenmerk was zijn snelheid en acceleratievermogen. Hij was zo aalvlug dat hij in zijn eentje een hele verdediging openreet en met een dribbel de match in een plooi kon leggen. Voor hij voetbalde, deed Gento aan atletiek. En dat hebben zijn tegenstanders geweten. Gento zou algauw de bijnaam El Supersonico krijgen. Hij kwam in 1953 bij Real Madrid in een perfecte omgeving terecht om zijn loopvermogen en zijn techniek tot uiting te laten komen. Na in de eerste jaren vooral gestolen te hebben met de ogen, zou hij in Reals hoogdagen één van de belangrijkste schakels worden in het radarwerk van Real Madrid.

 

De eerste Europacup I werd gespeeld in het seizoen 1955-1956. Real haalde de finale waarin het Stade de Reims trof en met 4-3 versloeg. Het jaar nadien moest Fiorentina eraan geloven in de finale. Met een stiftbal legde Gento de 2-0 eindcijfers vast. Maar zijn absolute moment de gloire moest nog volgen in 1958. Na 90 minuten stond het 2-2 tegen een taai AC Milaan. In de 107de minuut haalde Gento snoeihard uit. Real haalde zo zijn derde Europacup I op rij binnen.µ

 

 

Behalve voetballen hield de Cantabriër ook van stierenvechten. U kan zich inbeelden dat het bestuur van Real Madrid daar niet al te blij mee was. Gelukkig had Gento een verantwoording klaar: hij deed mee aan stierengevechten om zijn voetenspel te verbeteren. Na de gewonnen finale van de Europacup I in 1966 was het vet wat van de soep. Real Madrid wist in 1967 maar ternauwernood Ajax in de eerste ronde te kloppen. Een mooi schouwspel was het niet. Gento opende in de terugmatch (heenmatch was op 1-1 geëindigd) de score voor de Madrilenen, maar maakte zich in Nederland niet al te populair. Hij beet de Ajacied Sjaak Swart in de zij en ook de manier van voetballen van hem en zijn ploegmaats wekte weerzin op.

 

 

Een clubicoon in de juiste betekenis van het woord. Gento speelde 18 jaar voor Real Madrid. Hij belandde er in 1953 en speelde er tot aan zijn afscheid in 1971, toen hij 38 was. Hij speelde voor de Madrilenen 761 wedstrijden, waarvan 88 in de Europa Cup en scoorde 256 doelpunten. De tel van het aantal assists dat hij gaf, is men kwijtgeraakt.

 

Schulden

Het Spaanse clubvoetbal lijkt al enkele jaren de hoogdagen van weleer te vieren. Afgelopen week won Sevilla nog de Europa League, het kleine broertje van de Champions League. In de halve finales had het daarvoor Valencia moeten uitschakelen. Het moment suprême moet volgende week dan nog volgen met een volledig Spaanse finale in de Champions League. Drie van de acht ploegen in de kwartfinales waren Spaans, want Barcelona werd door Atlético Madrid uit het toernooi gekegeld. Geen wolkje aan de lucht, zo op het eerste gezicht. Iets wat ontkracht dient te worden, wanneer we de boekhouding van al deze clubs erop zouden naslaan.

 

De Spaanse clubs zitten tot over hun oren in de schulden, maar trekken wel de beste spelers aan en keren de riantste salarissen uit. En u betaalt mee. In 2011 werd de totale schuld van het Spaanse voetbal op vier miljard euro beraamd. Dat zijn 44 Gareth Bales of 100 Eden Hazards. De Spaanse banken die er niet al te warmpjes bijzitten en zich te goed moesten doen aan EU-steun, verstrekken leningen en brengen zichzelf zo ook mee in moeilijkheden. De heren Messi (20 miljoen euro per jaar) en Ronaldo (17 miljoen euro per jaar) dienen immers betaald te worden. Voetbal is het opium van het volk. De crisis in Spanje slaat enorm hard toe en het voetbal biedt een uitwegmogelijkheid uit de ellende. Barcelona, Atlético, Real en consorten wordt geen strobreed in de weg gelegd om buitensporig succesvol te zijn op het veld. De vergelijking met doping is nooit ver weg. Op lange termijn kan dit niet anders dan uiterst nefast zijn, op korte termijn is dit de kortste weg tot het allerhoogste succes. De financieel gezonde clubs zijn hier de dupe van, want zij kunnen met deze hallucinante bedragen niet wedijveren.

 

De Fransen hebben hier een term voor: un peloton à deux vitesses.

 

© 2014 – Extrasport – Matthias Vangenechten

 

 

Tags: , , , , , , , , ,