Home » Interview, Judo, Uitgelicht

Het eeuwige gevecht tegen de twijfel

door Extrasport op januari 14, 2016 – 18:23Geen Reacties

De jaarwende ligt nog fris in het geheugen en dus ga ik net als begin 2014 en vorig jaar uit goede gewoonte de diepste zielenroerselen van Roxane Taeymans achterna. Die blijken almaar vaker af te dwalen richting Rio.

Roxane Taeymans – © Facebook

Ze ogen even gevaarlijk als imposant dat je ze liever niet in levende lijve ontmoet, maar eens uit hun rol gekropen, blijken het vaak gewoon minzame mensen te zijn die het ook allemaal even niet meer weten. Wijken ze nimmer af van het principe doe wel en zie niet om of hebben vechtsporters ook een fragiele kant? Duidelijk een retorische vraag, maar ik begon er aan te twijfelen om me een reden te geven deze kwestie judoka Roxane Taeymans voor te leggen en in haar gezelschap naar Holland Sport te kijken, vorige week donderdag geheel gewijd aan de Nederlandse judoka Henk Grol en zijn olympische droom die goud kleurt. Omdat ik wil weten of de emoties die hij voelt ook voor haar herkenbaar zijn. En omdat ik niet alleen de tatami op papier wil kunnen ruiken, maar ook in de geest wil kruipen van een topsporter die constant balanceert op een slappe koord in het donker.

 

Nu vallen de prestaties van Roxane Taeymans (nog) niet te vergelijken met die van Grol, die al tweemaal brons behaalde op de Olympische Spelen. Dat wil niet zeggen dat de Nederlander een zekere gemoedsrust kent, integendeel, in zijn lijf zit een voortdurend woekerend virus dat maar op één wijze kan bestreden worden: goud in Rio. Dat wil evenmin zeggen dat Taeymans geïmponeerd geraakt door de sprintjes die Grol (ongeveer 100 kg droog aan de haak) tijdens Holland Sport in de duinen trekt of dat ze dat gegeerde olympische ticket met minder grinta najaagt.

 

“Ah, daar ben ik ook geweest.” In beeld een gewone trainingszaal ergens in een groezelige achterbuurt van Tokyo. Het is dan ook nieuws wanneer een judoka eens thuis is. Niet in het minst in haar geval. Taeymans vertoeft haast non-stop in het buitenland. Een Worldcup hier, een Grand Prix daar. Zij moet punten verzamelen en stijgen op de olympische ranking, waarop ze nu 27ste staat. De eerste 14 (niet onbelangrijk: maximum één per land) aangelengd met enkele judoka’s die nog mogen rekenen op een continentaal ticket mogen tickets boeken richting Rio. In mei valt het verdict. Taeymans hoort op dit moment bij de voorhoede die net uit de boot valt en vertrekt dinsdag naar Havana om hierna nog zeker aan te treden in Parijs, Düsseldorf en drie toernooien in Zuid-Amerika.

 

“De vermoeidheid stapelt zich dan ook op, maar de Spelen kan ik misschien maar één keer meemaken en ik krijg nu de kans om aan zoveel toernooien als nodig deel te nemen. Normaal gezien kan ik met jetlags goed overweg, al had ik er laatst in Zuid-Korea ontiegelijk veel last van, met als gevolg dat ik als een zombie op de tatami stond.”

 

De jaren van noeste arbeid en strenge zelfdiscipline wil ze nu verzilveren met een olympische deelname. “Het judo is nu 100% van mijn leven. Mijn studies staan op een erg laag pitje. Mijn sociaal leven benadert nog harder dan anders de nulgrens.”

 

Dat is niet alles. De wil om te slagen is zo aanwezig dat die pervers en contraproductief wordt en een eigen leven gaat leiden. Lichaam en geest zijn niet altijd in evenwicht. “Ik leg mezelf soms te veel druk op. Ik begin na te denken, te twijfelen, dat mondt algauw uit in gepieker en angst. Een vicieuze cirkel. Door die druk op mezelf, ontneem ik mezelf ook kansen.”

 

Roxane Taeymans in bijna 100 woorden

De Antwerpse judoka (-70 kg) Roxane Taeymans kende haar doorbraak in 2013, toen ze niet alleen Belgisch kampioene in haar gewichtsklasse werd, maar ook de Europese titel veroverde bij de beloften. In 2014 volgde een jaar vol rampspoed. Ze scheurde haar kruisbanden en was zes maanden uit de roulatie. Hierna begon ze aan een ratrace tegen de klok om genoeg punten te sprokkelen die haar van kwalificatie voor de Olympische Spelen in Rio moeten verzekeren. Dit alles combineert ze met studies Taal- en Letterkunde die ze in haar resterende vrije tijd dit jaar tracht te voltooien.

 

Een gelijkaardig, maar extremer verhaal bij Kim Polling, die zo in de greep was van de angst dat ze aan stoppen dacht. Niet de minste in het vak, Polling is de nummer 1 in Taeymans’ gewichtscategorie. Professionele hulp redde de Nederlandse. “Aan het eind van mijn blessure ben ik via de Black Belgian Belts te rade gegaan bij een mental coach. Eerst dacht ik dat de stress en het nodeloze gepeins bij mij hoorde. Dat zo’n mental coach niet veel zou baten. Maar kijk, het werkt. Het heeft me op mentaal vlak veel rust gebracht.”

 

Die rust is nodig om te presteren. “Ik moet leren omgaan met mijn twijfels. Het gepieker op de tatami is fataal. Ik win zo nog wel wedstrijden, maar mijn vechtstijl lijdt er onmiskenbaar onder. Het mentale aspect van judo wordt onderschat. Je krijgt vier minuten om iets neer te zetten, maar het kan in vijf seconden gedaan zijn. Je geest kan je eigen judo vernietigen.”

 

“Soms moet ik meer in mezelf geloven. Zoals vorig jaar in de Grand Prix van Samsun. Daar had ik eigenlijk voor brons moeten vechten. Dan denk je toch, hier heb ik wat laten liggen, ik had meer moeten doen. Dat is dan die twijfel weer.”

 

Die rust neemt Taeymans sinds kort ook wat vaker letterlijk. “De belangrijkste les van 2015 is op tijd eens rust te nemen. Dat is een gevolg van het debacle op het WK. Ik kon daar met een ontspannen gevoel naartoe gaan, maar raar genoeg had dat een averechts effect op mij, praatte ik mezelf toch druk aan en draaide het volledig in de soep. Waar ik nood aan rust heb, blijf ik graag doortrainen. Het WK heeft me geleerd dat rust ook een vorm van trainen is.”

 

Topsport is het eeuwige dilemma: mag je het relativeren of niet? “Ik kan dat niet. Je ziet andere judoka’s die dat wel kunnen en meer ontspannen zijn. Ik doe topsport, dat kan ik moeilijk relativeren. Dat zit in mijn karakter. Ik wil winnen.”

 

Toch zal ze nooit alles zelf in de hand hebben. Waar vroeger een golden score vaak besliste over winst en verlies, delen scheidsrechters nu bij een gelijke stand in de laatste minuut kwistig strafpunten uit. “Scheidsrechters zouden minpunten krijgen als ze een kamp laten uitdraaien op een golden score, wat negatief is voor hun ranking en de kans verkleint om er op de Olympische Spelen bij te zijn. Zo’n strafpunt kan echt worden uitgedeeld voor het futielste voorval.”

 

Topsporters zijn egoïsten of horen dat toch te zijn. “Vroeger was ik dat absoluut niet en ik denk dat het nu nog meevalt. Al zal mijn naaste omgeving daar misschien een ander oordeel over vellen. Maar ik ben het wel die het moet bolwerken: trainingen, wedstrijden, stages en alles wat daarbij komt plannen en op elkaar afstemmen.”

 

En niet te vergeten: haar ADAMS up-to-date houden. “Ik was de exacte vertrekdatum van een trip richting Japan vergeten aan te vullen. Zo heb ik één controle gemist. Het moet gezegd dat ik voor de rest alleen nog maar na een wedstrijd gecontroleerd ben.”

 

Doemscenario. Roxane Taeymans haalt Rio niet. “Dan verhuis ik voor twee weken naar een onbewoond eiland. Het zou in ieder geval een zware ontgoocheling zijn. Na mijn blessure heb ik alleen geleefd met Rio in het vooruitzicht. Ik denk niet dat ik zal kunnen kijken. Ongeacht Rio of geen Rio: wat dan volgt zie ik nog wel. Ik heb heel wat van mijn leven geïnvesteerd in judo, mijn studies zijn dan voorbij en wie weet ga ik daar dan wat mee doen. Maar evengoed kan blijken dat dit buiten de aard en de drive van het beestje is gerekend, dat altijd meer wil.”

 

© 2016 – Extrasport – Matthias Vangenechten

 

 

Tags: , , ,