Home » Actua, Analyse

Dingen schrijven over Tom Boonen die nog niet geschreven zijn

door Extrasport op april 7, 2017 – 05:56Geen Reacties

Omdat hij zich langzaamaan eenzaam begon te voelen zonder wekelijkse column, fileert Matthias Vangenechten elke week (zo mag de belofte toch luiden) de sportjournalistiek, tenenkrommend chauvinisme, kortom sportjournalistiek op de meest serene wijze. Te gast in episode 4: wie anders dan Tom Boonen?

Foto van een willekeurige sporter teneinde de massa te lokken.

Zondag verlaat God zijn religie. Surfend op de collectieve golf van verloren redelijkheid, zelfs naar wielernormen, dien ik nu een adorerend enigszins pathetisch stuk te fabriceren, desnoods onthullend hoe ik als jonge tiener over niemand anders taterde dan Tom Boonen. Niet dat het zou kloppen, maar dat is enerzijds in wielrennen nog nooit een bezwaar gebleken, anderzijds zou het nu gewoon goed uitkomen. Helaas verraadt de titel van dit stuk andere plannen en kan ik niet achterblijven als een Colombiaans tonnetje op de Haaghoek.

 

Niet in herhaling vallen wat betreft een onderwerp waarover alles al geschreven is, hoe pakt een mens zulks aan? Het plan van aanpak ziet er gewoonlijk als volgt uit: badinerend schrijven over al dat geschrijf, want kijk mij hier toch eens boven staan. Helaas, schrijven dat alles inmiddels al geschreven is, valt sedert zo’n zes maanden geleden naast alle originaliteitsprijzen, meestal geldt het als een soort van rechtvaardiging om hierop nog meer over dat alles te schrijven dat al veelvuldig geschreven is. Zo zelfs, dat de Vlaamse sportmedia, wier aandeel – toegegeven – in de Boonenmanie niet bepaald gering is, verwonderd toekijken hoe de Vlaamse sportmedia Boonen vanuit een andere dezelfde blik aldoor ten hemel prijzen en zijn verleden opwarmen als ware het magnetronvoedsel, om dit fenomeen waaraan ze zelf ten grondslag liggen in alle soberheid uitgespreid over ettelijke bladzijden te beschrijven in de Boonenkatern, ooit nog de wielerbijlage.

 

Het gaat al lang niet meer om wat er geschreven staat (zo weten wielerliefhebbers ook hoe het voelt geconfronteerd te worden met voetbalverslaggeving), wel dat er maar wat geschreven staat. Er zijn al meer verheerlijkende adjectieven gelinkt aan Boonen dan renners aan Ferrari, Cecchini en Fuentes tezamen. In het moeras van superlatieven is elke betekenis al lang zoek. Maligne geesten drijven er maar wat graag de spot mee, koesteren zij dan geen enkel respect? Of juist wel, ofschoon dat niet te vaak wordt geopperd.

 

Alvorens deze verworpenen der aarde te offeren aan het altaar van de religie met per 10 april een vacante betrekking van God voor onbepaalde duur (geen specifieke opleiding vereist en er is fietsvergoeding), nog dit: bedoeld of onbedoeld beroeren ze een teer punt. Hoe kampioenen als Boonen op passende wijze salueren? Gedoseerd of overdadig. Als mens of als koe die tot de laatste druppel moet worden uitgemolken, zijn lot bezegeld als commercieel product tot in de eeuwigheid, meer van waarde voor media dan voor teamsponsors, die krant moet verkocht.

 

Dat ging maar net goed. We zoefden rakelings naast een stokpaardje dat maar ternauwernood ontweken kon worden, zijnde de vraag wie oh wie er belang bij heeft om op kritische wijze de sportwereld en de wielrennerij met al haar tot Goden gebombardeerde mensenkinderen in het bijzonder te benaderen. Ik zeg u, een gat in de markt.

 

Wat is nu de conclusie? Dat alle superlatieven al dan niet in elke mogelijke combinatie met alle andere superlatieven inmiddels wel opgesoupeerd zijn? Dat er een nieuwe taal nodig is om over Boonen te schrijven? Zou kunnen, mogelijk ook niet. Bovenstaand stuk ging over Tom Boonen, opdracht volbracht. Laat die clicks nu maar komen.

 

© 2017 – Extrasport – Matthias Vangenechten