Home » Actua, Wielrennen

De oorsprong van alles

door Extrasport op maart 30, 2015 – 06:24Geen Reacties

Het ondenkbare is gebeurd: Bjarne Riis is geen manager meer van een wielerploeg. Daar is het 2015 voor moeten worden. Maar de man heeft ook zo zijn verdiensten. Wat een madeleine voor Marcel Proust is, is Bjarne Riis voor mij: een katalysator om herinneringen uit mijn kinderjaren op te wekken.

Bjarne Riis – © Wikimedia Commons

Ik was net vier jaar geworden. Het was juli en ter ere van de Tour de France is het dan schoolvakantie. Of zo had de vierjarige versie van mezelf dat toch geïnterpreteerd. Terwijl ik evengoed buiten kon ravotten, was ik er als de kippen bij wanneer er wielrennen op tv was. Elk beeld wilde ik tot me laten doordringen. Dat een rechtstreekse uitzending al eerder begint dan wanneer thuis de tv werd aangezet, hadden mijn ouders wijselijk voor me verzwegen. Het is van toen dat het eerste beeld dateert dat ik me nu nog kan herinneren. Een man in magenta uitrusting schrijdt zich in zijn eentje op een verzet vooruit waar Bert Grabsch kramp van zijn kleine teen tot achter zijn oren van krijgt door er alleen maar naar te kijken. Ik vroeg aan mijn vader hoe deze renner heet. Bjarne Riis bleek zijn naam te zijn.

 

Dit beeld kan alleen maar gaan over de tiende etappe in de Tour van 1996 met aankomst in Sestrière. Een etappe die door de barre weersomstandigheden slechts 46 kilometer lang was. Nadien stond Riis het geel niet meer af. Althans dat dacht ik tot voor kort. Bij het bekijken van de beelden op YouTube blijkt Riis in de trui van Deens nationaal kampioen de rit naar Sestrière te winnen. Bovendien rijdt Riis in mijn herinnering op een stuk vlakke weg en solo. Mijn eerste herinnering kan dus niet van 1996 dateren. Van 1995? Uitgesloten, Riis reed toen voor de lieverds van Gewiss-Ballan.

 

Mijn herinnering moet zich wel in de Tour van 1997 afspelen. Riis was ook in 1996 nationaal kampioen van Denemarken geworden, dus moet het hier wel een individuele tijdrit betreffen. Zo waren er drie. Op de eerste dag één in Rouen van 7.3 kilometer. Hoe groot is de kans dat in een wedstrijd van drie weken een beeld bijblijft uit de eerste 7.3 kilometer? Te gering om hiermee rekening te houden. De tijdrit op de voorlaatste dag van de Tour zal het niet geweest zijn. Riis gooide zijn veel te dure tijdritfiets in de graskant. De kans dat een vijfjarige zich dat beeld zou herinneren is groter dan een beeld van een renner die zich vooruitschrijdt op een kaarsrechte en vlakke weg. Of mijn vader zette toen om pedagogische redenen net de televisie uit. Dat kan ook theoretisch gezien.

 

Dus moet het wel de twaalfde etappe geweest zijn. Een individuele tijdrit van 55.5 kilometer in en om Saint-Etienne waarin Riis derde werd. Op meer dan drie minuten van ploegmaat Jan Ullrich en op een handvol seconden van Richard Virenque, zoals algemeen geweten een groot tijdrijder. Ik kwam pas veel later te weten dat wanneer de stroop aan de ontbijttafel op was, ploegmaats een beetje bloed bij Riis aftapten en dat dan op hun bruine boterham smeerden. Maar de situatie was onomkeerbaar. Het wielervirus woekerde al een tijdje in mijn lichaam en had er onherstelbare schade aangericht. Ik werd zonder het zelf te beseffen een evenwichtskunstenaar, een ander woord voor wielerliefhebber.

 

Maar in hoeverre is dit nog mijn eerste herinnering? Ben ik de geschiedenis nu niet zelf in de goede richting aan het duwen? En vlak ik mijn hele kleutertijd hier uit om dit beeld te cultiveren? Geen bergrit of een heroïsche solo maar een individuele tijdrit uit de duizend, waar er wel meer renners zijn die hun pezen en gewrichten kapot stampen op een veel te groot verzet. Bovendien blijkt mijn zo gekoesterde beeld zich ook een jaar later te hebben voltrokken dan ik mezelf altijd had voorgehouden. Als wielerschrijver heb ik een kapitale en niet goed te praten beginnersfout gemaakt: een verhaal kapot gefactcheckt. Mijn eerste herinnering blijkt niet meer dan een verzinsel te zijn. Zachter gezegd: een samenraapsel van beelden die ik heb aangevuld met latere kennis en als verhalend wezen heb omgevormd tot een geromantiseerde weergave van de werkelijkheid.

 

De wielerschrijver is onverenigbaar met de journalist. Factchecken verhoudt zich tot over wielrennen schrijven als David Walsh tot Lance Armstrong. Informatie dient niet om te verstrekken maar om je verbeelding op los te laten. Mythes moeten worden verkocht als onwankelbare waarheid. Herinneringen die vervagen dienen naar eigen goeddunken te worden ingevuld. Bij voorkeur wordt er zelfs niet achter de waarheid aangegaan, in de meeste gevallen toch maar een veelkoppig monster dat zich niet laat vangen. Die waarheid moet zo maar eens een stuk minder romantisch blijken te zijn dan verwacht. Een mooi verhaal naar de knoppen.

 

Mijn eerste herinnering heeft nooit bestaan. Mijn eerste herinnering was een heroïsche solo op het vlakke van Bjarne Riis in de Tour van 1996.

 

© 2015 – Extrasport – Matthias Vangenechten

 

Tags: