Home » Wielrennen

Belga Retro (1,5): Florennes

door Extrasport op februari 2, 2016 – 09:51Geen Reacties

Frieten, witloof en justitie. Kan u België nog ergens van kennen? Jazeker. Van het enige dorp ter wereld dat twee Tourwinnaars voortbracht. Tevens de enige twee winnaars van de Tour die komen uit Wallonië. Florennes.

Firmin Lambot en Léon Scieur – © Wikimedia Commons

Je hebt onooglijke oorden zonder Tourwinnaar. En je hebt Florennes. Behalve één van de vele plaatsen die in België makkelijker bereikbaar zijn met een F16 dan met het openbaar vervoer, het dorp van Firmin Lambot en Léon Scieur.

 

Het waren renners over wie Karel Van Wijnendaele liever zweeg. Ze kwamen uit Wallonië en ondergroeven zijn opvattingen. Dat Waalse renners niet over genoeg wilskracht beschikten om het te maken als coureur. Dat ze graag hun hoofd lieten hangen. De reden moest daarvoor niet ver gezocht worden. In vergelijking met de gemiddelde boer in het diepe Vlaanderen die tegen de armoede vocht, kende hij een luizenleventje. Dat leven op het Vlaamse platteland was haast metaforisch voor de manier waarop Vlamingen – Karel Van Wijnendaele bedoelde dan uitsluitend renners uit West-Vlaanderen – aan wielrennen moesten doen. Niet verwonderlijk dat ze er dus met kop en schouders bovenuit staken. Aldus Van Wijnendaele.

 

De realiteit doste zich ietwat anders uit. Aan het eind van 1922 waren er 7 edities van de Tour gewonnen door een Belg. De eerste inderdaad door een West-Vlaming, in 1912 wist Odiel Defraeye eeuwige pechvogel Eugène Christophe op veilige afstand te houden. Maar tot zover de theorie van Van Wijnendaele. Vervolgens volgden er weliswaar onderbroken door de Eerste Wereldoorlog zes Belgische Tourzeges. Drie daarvan kwamen op naam te staan van Philippe Thys uit Brussel. En de drie andere verdeelden dorpsgenoten Léon Scieur en Firmin Lambot onder elkaar.

 

Léon Scieur (Tourwinnaar 1921)

De Tour van 1921 zou er één van de overgang worden. De meest recente Tourwinnaars waren afwezig of gaven blijk van een kwakkelend vormpeil. Thys had de Tour al driemaal op zak en zou al snel opgeven. Lambot was inmiddels 35, van zo’n knar kon je bezwaarlijk nog alle heil verwachten, hij eindigde dan ook negende op acht uur en een half.

De ban voor de Fransen zou na een decennium zonder Tourzege alsnog gebroken worden! De ongelukkige Eugène Christophe zou eindelijk loon naar werken krijgen! Die in zijn Tourleven driemaal te kampen kreeg met een gebroken voorvork. Het verhaal van de smidse in Sainte-Marie-de-Campan is u al tot in den treure verteld. Na 1913 zou het wachten zijn tot 1919 aleer Eugène Christophe een volgende keer zijn voorvork zou breken in de Tour. Dat deed hij voor het laatst in 1922 in de afzink van de Galibier terwijl hij meestreed om de Tourzege, maar in 1921 kwam hij er niet aan te pas.

Het besef dat België meer is dan Thys en Lambot werd al snel duidelijk. Na de tweede etappe al nam Léon Scieur de gele trui over van Louis Mottiat en zou hem ondanks het weerwerk van de uit Ransart afkomstige Hector Heusghem niet meer uit handen geven. Het verschil bedroeg aan het eind een luttele 18 minuten. In de tijdrekening van het wielrennen toentertijd haast te vergelijken met een honderdste van een seconde op de 100 meter. De derde, de Fransman Honoré Barthélémy strandde op ruim twee uur.

 

Firmin Lambot (Tourwinnaar 1919, 1922)

Waar Scieur ervan kon verdacht worden een toevallige winnaar te zijn, een overgangsfiguur, een Roger Walkowiak avant la lettre ondanks winst in Luik-Bastenaken-Luik, was er van dom geluk bij Firmin Lambot geen sprake. Haast letterlijk kopieerde hij de werkwijze van Philippe Thys, die alsof hij deel uitmaakte van het hedendaagse wielrennen zich louter toelegde op de Tour. Met resultaat, Thys won drie keer de Tour.

Lambot één keer minder, maar ging verder in de specialisatie. Hij liet het na om na zijn eerste deelname aan de Tour in 1911 ook maar één andere koers te winnen. Elf maanden in het jaar gedroeg hij zich als een wielertoerist zonder ambitie, de maand van de Tour scheerde hij door het landschap als een kernraket.

Het hardst in 1919 en 1922. De Eerste Wereldoorlog dwong hem om rijpere leeftijd tot bloei te komen. In 1919 greep hij pas twee ritten voor het eind de gele trui, de eerste Tour dat die werd uitgereikt. Met dank aan de pech van Eugène Christophe.

Drie jaar later bewees hij een pact van geluk te hebben gesloten met de Tour.

Christophe brak voor de derde maal in zijn bewogen Tourhistorie zijn voorvork, de volgende gele trui Jean Alavoine (in 1919 tweede) zou weer tweede worden na een aaneenschakeling van pech, de u al vertrouwde Heusghem kreeg een uur tijdstraf aan zijn been ten gevolge van een fietswissel, Heusghem eindigde op geen 44 minuten. En kijk, zo hulde Lambot zich een dag eerder dan in 1919 definitief in het geel.

Lambot mocht zich met zijn laatste Tourzege ook lange tijd de oudste winnaar van een grote ronde noemen. Eenennegentig jaar om precies te zijn. Tot de Amerikaan Chris Horner in 2013 op bijna 42-jarige leeftijd de Vuelta won, hij was toen vijf jaar ouder dan Lambot in 1922.

 

© 2016 – Extrasport – Matthias Vangenechten

 

Tags: , , ,